|
Nostradamus home Nostradamusgratis ebook |
Hoofdstuk 1/7 Hoofdstuk 8 De verzwakte wereld bloeit op Langdurige vrede heerst overal Men reist door lucht, over aarde en zee Dan zal er weer oorlog komen De afgesloten deur van de studeerkamer werd opengebroken, waarop Anne met trillende knieën de ruimte instapte, bang om haar man dood aan te treffen. Na haar thuiskomst had de huismeid haar verzocht de geleerde - op zijn verzoek - onder geen beding te storen. Hij was bezig met een belangrijke proef. Maar het duurde haar nu te lang. Dagenlang had hij niet van zich laten horen en even leek het of haar zorg bewaarheid werd. Ze trof manlief languit op de vloer aan. 'Hij is dood!' jammerde ze. 'Kon je niet gewoon even kloppen?' vroeg Michel, die verrassend bij zijn positieven was. Een moment stond ze op het verkeerde been, maar toen werd ze heel boos. 'Je hebt je al drie dagen opgesloten! We hebben vele malen geroepen, geklopt, getoeterd en gejengeld, en je deed maar niet open. Ik hield het niet meer.' 'Er is niets aan de hand met mij,' verzekerde hij kalmpjes. 'Je kon wel dood zijn,' ging ze in alle staten verder. 'Ik moest wel ingrijpen en tussen twee haakjes: de koningin wil je zien. Ik dacht dat je dat wel wilde weten...' 'Dat is inderdaad fantastisch nieuws. Dan ga ik subiet mijn spullen pakken,' en hij maakte aanstalten. 'Idioot, eerst ga je een paar dagen aansterken. Je ziet eruit als een weekdier,' brulde ze en haar echtgenoot beloofde het te doen. 'Waar was papa nou?' vroeg de driejarige Pauline, de volgende dag aan het ontbijt. 'Papa brengt het hiernamaals in kaart,' antwoordde César. 'Geef mij het brood eens aan,' verzocht vader, waarop zijn zoon het hem aanreikte. 'Volgens mij was hij weer fratsen aan het uithalen,' zei Paul ondeugend. 'Jullie vader verliest inderdaad zijn haren, maar nog niet zijn streken,' viel Anne hem bij. Haar man nam intussen een teug vruchtensap en hoorde het allemaal geamuseerd aan. 'Jullie vader gaat binnenkort de koningin ontmoeten,' deelde moeder iedereen mee. 'Paul, laat César eens los!' Paul was nogal driftig aangelegd en kon vaak zijn ei niet kwijt. 'Als de koningin maar niet te mooi is. Dan zien we papa helemaal niet meer,' merkte Madeleine op. 'Ik wil alleen je moeder,' stelde deze haar gerust. 'Bovendien is de koningin al getrouwd met de koning.' 'Nou, dat huwelijk schijnt niet veel voor te stellen,' merkte Anne aan. 'En minnaressen in overvloed aan het hof.' 'Wat zijn dat, mam?' vroeg Pauline. 'Dat zijn vrouwen die niet met een man getrouwd zijn, maar toch van hem houden,' probeerde ze het simpel af te doen. 'Dan zit het aan deze tafel vol minnaressen,' grapte César. Zijn ouders konden daar wel om lachen en begonnen de tafel af te ruimen. 'Blijf jij even bij André?' verzocht Anne. Haar echtgenoot, alweer de oude, hield de baby in de gaten, terwijl zij het tafelkleed in de tuin ging uitkloppen. Aan het hof was het eerste deel van De Profetieën als een bom ingeslagen en koningin Catherina de Medici verzocht de mateloos populaire astroloog voor consultatie langs te komen. Een grotere eer kon men niet bedenken en Nostradamus willigde haar wens in. Omdat Parijs ver weg lag, zou hij wel een maand van huis moeten blijven. Met moeite nam hij afscheid van zijn gezin. 'Hier jongens, vergeetmenietjes,' maar zijn kinderen renden al naar buiten, want ze hadden andere dingen aan het hoofd. Vader hield van hen allemaal, wat ze ook deden, hoewel hij met César de meeste verwantschap voelde. Een schrandere jongen aan wie hij later wellicht zijn kennis kon overdragen. 'Wees voorzichtig. Aan het hof is veel haat en nijd,' drukte Anne haar man op 't hart. 'Ik zal me afzijdig houden,' zegde hij toe en na een dikke kus stapte hij met zijn koffer in het gereedstaande rijtuig. De koninklijke gast zou van de gelegenheid gebruik maken om ook zijn uitgever Chomarat in Lyon te bezoeken. Twee dagen later kwam hij daar aan. Zijn uitgever schudde vol ongeloof 't hoofd, toen hij de beroemde schrijver onaangekondigd zijn kantoortje zag binnenlopen. 'Ik zal de logeerkamer in orde moeten brengen,' stamelde hij. 'Fijn. Ik blijf echter maar één dag, want morgen moet ik verder naar Parijs.' 'Dan laat ik u nu meteen de drukkerij zien,' en ze liepen door het Maison Thomassin. De typografen waren eveneens overrompeld door het bliksembezoek en schutterig maakten ze ruimte voor de hoge gast. Bij de drukpers nam hun baas zenuwachtig het woord. 'Aan deze uitvinding hebt u mede uw succes te danken,' zei Chomarat, die het revolutionaire apparaat als zijn eigen kind vasthield. Hij verzocht een van de handarbeiders de drukvorm met de omslag van De Profetieën van inkt te voorzien. Die deed wat van hem werd verlangd. 'Ik zal u laten zien hoe het in z'n werk gaat,' hernam Chomarat en hij plaatste de beïnkte vorm op de onderplaat. 'Dan leggen we er nog papier bovenop en mag u de afdruk zelf maken.' Nostradamus begon de plaat met een lier omlaag te draaien. 'Ging al het drukwerk maar zo makkelijk,' zei hij lollig, maar eer iemand erom kon lachen, gilde zijn uitgever het uit van de pijn. Zijn duim zat ertussen, en zijn gast draaide de plaat vlug terug. 'Laat me eens kijken,' verzocht die laatste. Jammerend toonde Chomarat hem zijn verwonde duim. 'Hebt u dekverband?' Met een verbeten gezicht wees de ongelukkige zijn kantoortje aan. Ze liepen ernaartoe en na enig zoeken vonden ze een smalle lap. 'Met de hand schrijven zit er even niet in,' zei Michel, die zijn duim omzwachtelde. 'Ik ben een drukker, geen schrijver,' bromde Chomarat, die van de schrik was bijgekomen, en de mannen gingen weer naar de werkvloer terug. Daar draaide Nostradamus de plaat nogmaals omlaag, zodat deze stevig tegen het vel werd aangedrukt, en hij draaide hem daarna weer terug. 'Broddelwerk moet nu verleden tijd zijn,' verkneuterde hij zich, waarop hij de natte afdruk bekeek. 'Magnifiek, maar wat doet dat duiveltje op de onderste regel?' Chomarat kwam verbaasd naast hem staan en zag de onregelmatigheid. 'Welke vlegel heeft die delen aangepast?' vroeg hij kwaad. Maar niemand van het personeel scheen het gedaan te hebben. Halsoverkop rende hun baas naar de voorraad boeken van zijn klant. Gelukkig, alle omslagen waren in orde, constateerde hij opgelucht, geen gereproduceerde duivels in duizendvoud. Ze corrigeerden de drukvorm en na alle commotie werd de lakmoesproef doorstaan. De schrijver was dik tevreden en keek nog even naar zijn eigen werk, dat hier in verschillende talen werd gepubliceerd. Zijn boeken vonden gretig aftrek in heel Europa. Daarna spraken de uitgever en hij in een restaurant om de hoek nog wat door over verbeteringen van de huidige versie. De volgende dag werd de reis naar Parijs voortgezet. Alles zat mee en drie dagen later reden ze voorbij Fontainebleau. Het zou nu niet lang meer duren. Plotseling omsingelde een groep paardrijders het rijtuig; ze dwongen het tot stilstand. 'Struikrovers!' riep de koetsier bang, maar het bleken politieagenten te zijn en gerustgesteld volgde hij het bevel op. Een commissaris lichtte weldra de passagier in. 'Uw route wordt veranderd: u wordt onder escorte naar het paleis in Saint Germain en Laye gebracht.' 'Vanwaar deze wijziging?' vroeg Nostradamus. 'Het koninklijke echtpaar wisselt zo nu en dan van woonplaats.' 'Hè, dan moeten we nog een eindje.' 'Mijn excuses voor het ongemak.' Commissaris Morency nam naast hem plaats en ze reden verder. 'De mens reist wat af tegenwoordig,' begon de politieman te zeuren, terwijl hij zijn rijlaarzen uitdeed. 'Na die donkere eeuwen bloeit de wereld eindelijk op en gaat de vooruitgang met rasse schreden.' 'Ziet u die trekvogels daar naar het noorden vliegen?' onderbrak Michel hem. 'Ja, hoezo?' 'Die doen er tien keer sneller over dan wij.' 'Wat wilt u daarmee zeggen?' 'Dat ik in de verkeerde tijd geboren ben...' 'Ik begrijp het nog steeds niet,' zei Morency. 'Ach, ik ben wat sikkeneurig. Het zal de vermoeidheid wel zijn,' verontschuldigde de geleerde zich. 'Ik zal u met rust laten, doctor. U wordt natuurlijk door iedereen lastiggevallen.' 'Daar zegt u wat. De opdringerigheid groeit met de dag. In mijn eigen stadje kan ik al niet meer in de openbaarheid treden. Maar praat u toch gerust verder, want gezelligheid kent geen tijd.' Morency sprak over zijn loopbaan en over dat hij binnenkort met pensioen zou gaan. 'U zult nog tijdens uw werk gevangen genomen worden,' zei de helderziende opeens. De commissaris keek hem bedremmeld aan. 'Wat zegt u nu? En dat vlak voor mijn pensioen.' 'Houd de moed erin. Een vredesverdrag geeft u de vrijheid terug.' 'Ik weet niet wat ik hoor, maar ik zal het goed onthouden. Dat u dat zomaar kunt zien!' 'Tja, gebeurtenissen hangen in de lucht en ik neem ze waar, zoals een vogel de storm voelt aankomen. Hoewel de mens, in tegenstelling tot dieren, meestal zelf zijn ellende veroorzaakt.' 'Ongelofelijk. Ziet u ook uw eigen toekomst?' vroeg de commissaris, diep onder de indruk. 'Persoonlijke zaken vertroebelen jammer genoeg mijn inzicht.' 'Nou, ik ben u erkentelijk voor de waarschuwing. Bent u katholiek?' 'Ja, waarom?' 'Er is hier een politieke strijd gaande tussen de katholieke Guises en de calvinistische Coligny's. De koningin heeft de zijde van de Guises gekozen. Wat dat betreft zit u goed. Maar wees op uw hoede voor het Parijse gerecht, want ze zijn fanatiek en zoeken de minste aanleiding om iemand te veroordelen. Ik denk daarbij met name aan uw publicaties.' Een opkomende regen tikte intussen tegen het koetsdak en de mannen keuvelden tot het einde van de rit. Daar was dan Saint Germain en Laye. De stad die door koningen zo gewaardeerd werd vanwege het prettige leefklimaat, en omringd werd door grote bossen. Toen het rijtuig onder het gebladerte vandaan kwam, knapte het weer meteen op. Ze hobbelden vervolgens langs eindeloze, koninklijke tuinen in aanleg. 'De tuinen zullen in terrasvorm over de Seine uitzien,' merkte Morency op. 'Zo te zien heb je al een dag nodig om erdoorheen te wandelen,' reageerde Michel. 'Ongeveer ja, en dan is er nog vijfduizend hectare bos. Henry II is een fervent jager.' De koets begaf zich nu langs het nieuwe paleis dat nog in de steigers stond. Er werden karren vol materialen af en aangereden en groepen werklieden waren er vlijtig in de weer. De koninklijke gast werd niettemin naar het oude kasteel er vlak achter gebracht. 'Hoeveel kamers moet dat wel niet hebben?' vroeg deze, toen het kolossale paleis in zicht kwam. 'Meer dan vierhonderd. Het nieuwe zal er nog veel meer hebben,' antwoordde zijn begeleider. De politieagenten te paard zwaaiden af en het rijtuig stopte bij de ingang. De mannen stapten uit en liepen naar de huizenhoge toegangsdeuren, die door twee lakeien werden geopend. Ze betraden de magistrale aankomsthal, waar twee wenteltrappen sierlijk om elkaar heen draaiden. 'Mijn taak zit er op. Succes!' wenste de commissaris hem toe. De geleerde zei hem gedag, ging op een verguld bankje zitten wachten en bekeek intussen het interieur. Waar hij maar keek, ieder plekje was met uiterste zorg ingericht. Zelfs het plafond was gedecoreerd. En dan te bedenken dat het nieuwe kasteel het werkelijke pronkstuk moest worden. De schatkist moest wel heel goed gevuld zijn. Een hoofdlakei verzocht hem mee te komen naar de troonzaal, waar de gasten doorgaans werden ontboden. Het koninklijke paar zat al op hun gouden tronen te wachten. Tussen hen in hing een opvallend schilderij van een vrouw met een mysterieuze glimlach. (de Mona Lisa, collectie koning Francois I) 'Nostradamus, fijn dat u er bent,' sprak Catherina de Medici gedecideerd en haar gast boog diep zoals het betaamde. 'Henry, dit is die begenadigde astroloog uit de Provence, die zo veel stof doet opwaaien,' informeerde ze haar man. 'Hij is eerder als arts werkzaam geweest en heeft toen veel van onze onderdanen van de pest weten te redden.' De koning keek de illustere landgenoot zijdelings aan. Zijn spierwitte gelaat stak scherp af tegen de zwarte flaphoed met bruine veer. 'Leuk u te zien,' zei hij pro forma. Weer zo'n intellectueel, het is jouw bezoeker, Catherina, handel het dan zelf af, dacht hij ondertussen. Michel doorzag zijn zinnen; de koning verlangde slechts naar de jacht. 'Ik ben zeer nieuwsgierig naar uw talenten,' hernam de koningin, die een leren kapje droeg, 'en ik verzoek u om morgen om acht uur naar mijn persoonlijke vertrek toe te komen, om er nader op in te gaan.' 'Zeker Majesteit.' Hij vond haar een stuk intelligenter dan haar man. 'Volgende week maandag vindt er een festijn plaats,' ging ze verder, 'ter ere van het huwelijk van de hertog Van Joyeux en jonkvrouw De Vaudemont, en vanavond is er een banket. Wij nodigen u voor beide uit.' Michels hart sloeg over na het horen van de achternaam van zijn eerste vrouw. De Vaudemont, ongelofelijk, de bruid moet een zusje of nichtje van Yolande zijn. Mijn oude familie zal niet blij zijn met mijn komst. Een onvermijdelijke confrontatie hing in de lucht. De koning liet pardoes een wind en draaide zich ongemakkelijk op zijn gouden zetel om. 'Dank u voor de uitnodiging, ik zal aanwezig zijn,' antwoordde Michel. 'Van onze gasten wordt wel verwacht dat zij na de voorstellingen meedoen met de hofdans,' benadrukte ze. 'Kent u deze dansen?' 'In het geheel niet, Majesteit.' 'Dan kan onze balletmeester u dezer dagen de nodige passen bijleren. Maar vanavond zien we elkaar bij het banket,' en ze beval haar lakei de astroloog de troonzaal uit te geleiden. De opgetrommelde dansleraar beloofde nog diezelfde middag met de lessen te beginnen, maar voordien zou de gast de gelegenheid krijgen om wat uit te rusten. Wat bekomen van de zware reis wandelde Nostradamus naar de balletstudio, waar Balthasar hem opwachtte. 'Nog verreisd, mijnheer?' vroeg deze. 'Een beetje, maar wat beweging zal me geen kwaad doen.' 'Ik wil u evengoed hoofse vaardigheden bijbrengen, aangezien deze onlosmakelijk met de dans verbonden zijn.' Zijn gast vond het prima en deed alvast zijn paltsrok uit. 'Bij de hoofse dans dient de kleding juist onberispelijk te zijn,' giechelde de jonge balletmeester, 'maar in ieder geval verheugt u zich op uw eerste dansles,' en zijn leerling trok het jasje weer aan. 'Hebt u al enige kennis van de dans?' 'De dans is een vrouwelijke jacht en de jacht is een mannelijke dans,' antwoordde de geleerde. 'Nou, die spreuk spijker ik boven m'n bed,' giechelde Balthasar opnieuw, die bijzonder gemakkelijk in de omgang was. Als een paling in een emmer snot, vond Michel op de keper beschouwd. 'Laten we maar snel beginnen, want over twee uur komen de De Vaudemonts, mijn volgende leerlingen.' 'Kent u de De Vaudemonts goed?' 'Nee, ik weet alleen dat ze van adel zijn. Onze koningin grijpt iedere gelegenheid aan om een feest te organiseren,' sprak Balthasar vrijelijk en hij ving met de les aan. 'Een hoveling moet over een algemene ontwikkeling beschikken, maar bovenal wordt hij geacht zich elegant te kunnen bewegen. Alles wat men aan het hof doet, moet gracieus en moeiteloos verlopen. Zichtbare houterigheid of inspanning is uit den boze.' De heren begaven zich naar de dansvloer. 'Op een bal wordt er gedanst volgens vaste patronen. Bijvoorbeeld zo,' en terwijl de balletmeester de maat telde, deed hij enkele passen voor. 'Tegelijk dient men zich aan de sociale regels te houden. Volgt u mij alstublieft,' waarop Michel een Pas de Bourré nadeed. 'Dat is knap lastig,' zei hij toen zijn benen in de knoop raakten. 'Ik zal u een reeks oefeningen op papier meegeven, waarmee u de controle over uw motoriek kan herwinnen,' stelde de leraar voor. 'Mooi, heb ik wat te doen. Ballet is zeker de favoriete bezigheid van Catherina de Medici?' 'Klopt, aan de houding herkent men de adel, aldus onze koningin. Helaas vindt haar man dit maar niks en het is zij geweest die de verfijnde omgangsvormen aan het Franse hof heeft gebracht. Zo nam ze uit Florence, na het huwelijk, een bont gezelschap van koks, kunstenaars en musici mee. U zult ze nog wel ontmoeten,' en ze dansten verder. Dacht Michel net iets onder de knie te hebben, raakte hij weer de kluts kwijt, de aanhalige balletmeester nam hem direct bij de hand. Ten slotte oefenden ze nog een figuurdans, waarna ze de eerste les beëindigden. Morgen zouden ze verder gaan. Het was al laat in de middag en Michel liep naar buiten om nog even een frisse neus te halen. Hij wandelde door een plantsoen, waar verscheidene tuinmannen struiken aan het poten waren. En passant bekeek hij de voortgang van het nieuwe kasteel verderop. Achter een bloemperk stond een hoveling, die ineens wild naar hem begon te zwaaien. Nee maar, als dat markies De Florenville niet is? Mijn verleden komt nogmaals boven drijven. Het was inderdaad de kasteelheer die hem ooit een loer had willen draaien en de markies stiefelde enthousiast op hem af. Zeker bekeerd nu ik zo beroemd ben, dacht de astroloog schamper. 'Wat een voorrecht u terug te mogen zien,' begroette de adelborst hem. 'Ja, dat is lang geleden.' 'Dat is het zeker en we zijn er niet jonger op geworden.' 'En, komt u nog wel eens in Straatsburg?' vroeg Michel. 'De laatste tijd vertoef ik vooral aan het hof, voor politieke zaken,' antwoordde De Florenville, terwijl de zon achter de horizon verdween. Het werd nu kouder en de geleerde gaf aan weer naar binnen te willen. 'Met wat voor politieke zaken houdt u zich zoal bezig?' vroeg hij, toen ze samen het paleis betraden. 'Nou, dat is een lang verhaal.' 'We hebben nog een uur voordat het banket begint,' zei Michel, waarop de markies begon te parlevinken. 'Mijn vriend Erasmus, van weleer, vond dat bepaalde delen van de Bijbel niet correct in het Latijn waren vertaald,' vertelde hij, terwijl ze door de wandelgangen liepen. 'Hij heeft toen het Griekse Nieuwe Testament vertaald en in druk uitgegeven. De Duitse Luther is daar verder op gaan borduren en zijn protestantse beweging is naar Frankrijk overgewaaid. Enkele hugenoten uit Straatsburg vroegen mij deze beweging in Parijs te vertegenwoordigen en dat kon ik niet afslaan. Zodoende. Hebt u al eens gehoord van de Coligny's?' 'Daar heb ik onlangs van vernomen, ja. Maar dat maakt u tot de politieke vijand van het koningshuis?' 'Formeel gezien wel,' beaamde De Florenville, 'maar de koning bemoeit zich niet met politiek en Catherina vindt dat de Guises te machtig zijn. Ze zoekt zelfs toenadering met ons. De gifmengster, excusez le mot, speelt de Guises en de Coligny's behendig tegen elkaar uit.' 'Ik wist niet dat er in Frankrijk zo veel animo was voor het protestantisme,' zei Michel. 'Nou, het groeit met de dag, vooral in Noord-Frankrijk. Er zijn zelfs aanhangers in de koninklijke familie te vinden. Maar vertelt u mij ook eens wat,' en de markies keek hem verwachtingsvol aan. 'De koningin heeft mij om een consult gevraagd,' liet de ziener los. 'Wat is de uitkomst?' vroeg de politicus, die op jacht was naar pikante details. 'Ik spreek de majesteit pas morgen en mag me over de inhoud ervan niet uitlaten. Beroepsgeheim. Wel kan ik zeggen dat de koning niet in astrologie geïnteresseerd is.' 'Pff, dat is geen nieuws!' wuifde de markies zijn opmerking van de hand. 'Henry II heeft namelijk nergens interesse voor. Maar er wordt gefluisterd dat hij voor de uiterst kostbare bouw van het château neuf op alle kerkschatten beslag heeft laten leggen. Kijk, dat heb je nu met katholieken, zo schijnheilig als de pest. Afgezien van enkele goeden natuurlijk. Jatten van de Kerk zal mij eerlijk gezegd een worst wezen, die is toch al te machtig...' De geleerde raakte door het geroddel aardig op de hoogte van de politieke slangenkuil, en vond het nu wel genoeg. 'Ik moet mij nog omkleden, tot zo bij het feestmaal,' kapte hij het gesprek af en hij klom via de centrale wenteltrappen naar zijn kamer op de derde verdieping. De gesoigneerde ziener trad even later de eetzaal binnen, waar een groots banket was aangevangen. Zo stonden er twee exorbitant lange tafels opgesteld, met wel vijfhonderd gasten. De coryfee werd door een ouvreur naar de tafel met het koninklijke echtpaar gebracht. De twee zaten elk aan het hoofd en dus ver van elkaar verwijderd. De andere tafel was voor leden van de lagere adel, waar ook de markies had plaatsgenomen. De astroloog werd door de bediende verrassend tegenover de De Vaudemonts geplaatst, die bij de aanblik van hun voormalig familielid verstijfden. Perplex stootten ze elkaar aan om alle verwanten te verwittigen van de komst van de onheilsprofeet. Het waren de broers en zussen van Yolande. Hoewel ze oud en grijs waren geworden, waren ze onmiskenbaar te herkennen. Hun ouders waren hoogstwaarschijnlijk overleden. De bruid bleek Elise te zijn, de dochter van Désiree, en aan haar zijde bevond zich de hertog Van Joyeux. Ze konden Michels bloed nog steeds drinken en zijn aanwezigheid bedierf hun feestmaaltijd. Allerlei delicatessen werden intussen geserveerd en de ontboden astroloog wist ervan te genieten, ondanks de verzuurde gezichten tegenover hem. De koningin bracht nu een toost uit op het aanstaande bruidspaar en iedereen hief eensgezind het glas. Alleen de koning niet, want die amuseerde zich liever met enkele hofdames. Michel ving tijdens de vele gesprekken aan tafel op dat Catherina van een rijk bankiersgeslacht afstamde en dat het Franse koningshuis hierdoor versterkt werd. Henry II was dus nog niet zo dom. Nadat de gasten zich hadden volgegeten, sloeg de verveling toe en de conversatie werd stekelig en onderhuids. Het onderwerp veranderde in politiek en met tal van Guises en Coligny's in de zaal liep de spanning hoog op. Tijdens een fel dispuut werd Nostradamus gevraagd de religieuze toekomst van het koningshuis te voorspellen. De belangen waren aanzienlijk en er werd veel waarde gehecht aan wat de vorser der hemelen hierover zou zeggen. 'Over tachtig jaar,' sprak hij mooi, 'zie ik in dit paleis een zonnekoning geboren worden.' 'Maar is hij protestant?' drong De Coligny aan, de leider van de gelijknamige groep. 'In ieder geval christelijk,' gaf de ziener behoedzaam antwoord. Het hek was desalniettemin van de dam en er ontstond een schaamteloos gebekvecht. Michel hield het na het dessert voor gezien, terwijl de koningin moedeloos toekeek. De volgende ochtend bezocht hij Catherina de Medici in haar persoonlijke vertrek. Ze had de zaal duidelijk naar eigen smaak ingericht, want het hing vol met schilderijen van rijke voorvaderen, die voor hun residenties in Florence poseerden. 'Komt u toch naast me zitten,' gebood de koningin, waarop Michel op de canapé plaatsnam. 'Wilt u misschien een lekkernij?' vroeg ze, terwijl ze hem een schaal met gekonfijte vruchten voorschotelde. 'Dank u wel, Majesteit,' en hij pakte een van de exquise snoepjes. 'En bevalt het u hier een beetje, buiten het gekrakeel van gisteravond?' 'Wel, ik ben zeer onder de indruk van alle pracht en praal,' antwoordde hij. 'Dat is ook de bedoeling. Er wordt ogenschijnlijk veel geld aan nutteloze zaken, zoals feesten, triomfen en paleizen, gespendeerd, maar op die manier proberen we indruk te maken op buitenlandse gasten en ambassadeurs, zodat we betere zaken doen. En met het verdiende geld kunnen we weer ons leger versterken.' Een geslepen vrouw, begreep hij. Ze leidt vast en zeker het land achter de schermen. 'Ik heb u verzocht hier te komen,' hernam ze, 'omdat ik graag wil dat u mijn horoscoop trekt. Iedereen spreekt over u en ik ben zeer benieuwd wat de sterren over mijn leven te zeggen hebben. Kunt u dat voor mij doen?' 'Dat is zeer goed mogelijk, al heb ik daarvoor wel de exacte gegevens van uw geboorte nodig.' Ze beval direct een lakei de geboortedocumenten te halen. 'Hoeveel uur hebt u ervoor nodig?' vroeg ze. 'Dat neemt helaas enkele weken in beslag; ik heb de benodigde instrumenten niet bij me en ik kan alleen thuis goed mijn werk doen.' 'Dat is dan een misverstand, maar goed, ik zal geduld moeten betrachten. Kunt u misschien al íéts uit de doeken doen?' 'Dan zal ik mij eerst moeten concentreren, Majesteit.' 'Ga u gang,' en Nostradamus look zijn ogen. Weldra raakte hij in andere werelden en zijn hoofd begon te knikkebollen. 'Ik zie..., ik zie dat het hofballet door uw inzet een enorme ontwikkeling gaat meemaken. Er zullen speciaal voor de dans academies worden opgericht.' 'Dat is mooi nieuws. Ik ben idolaat met het ballet. Ziet u ook nog iets tijdens mijn leven gebeuren?' 'Ik krijg iets van Rome door,' welde het in hem op. 'Dat kan heel goed. Wijlen paus Leo X, die in Rome zetelde, was mijn achterneef Giovanni di Lorenzo de Medici.' De koningin zat nu op het puntje van haar stoel. 'Hm, het regeren zit u in het bloed,' mompelde hij. 'Bedoelt u dat ik het land zal regeren?' 'Dat zit er aan te komen ja.' 'Maar is mijn man dan niet meer in leven?' vroeg ze geschrokken. Michel knikte meewarig. 'Henry en ik hebben een verstandshuwelijk, maar ik hoop oprecht dat dit niet uitkomt.' 'Niets staat vast, Majesteit, alles is onderhevig aan verandering. Maar de goddelijke ideeën worden mij geopenbaard en elk idee is waar. Het is alleen de vraag hoe en wanneer. Als een beukenzaadje weinig water of licht krijgt, zal de beuk mogelijk niet verschijnen, maar een eik zal het nimmer worden.' 'Kunt u misschien vertellen wat er met mijn man staat te gebeuren? Wellicht kunnen we voortijdig ingrijpen.' 'Het wordt mij niet helder voor de geest en ik wil de koning ook niet onnodig in diskrediet brengen. Maar als uw man het wil, zal ik mij er verder in verdiepen.' 'Die kans is niet groot,' mopperde ze, waarna ze opeens als een blad aan een boom draaide; Catherina stond ineens op en liet haar jurk op haar voeten vallen. Poedelnaakt was ze en ze keek hem verleidelijk aan. 'En, wat vindt u van me?' 'Ach...' twijfelde hij op zijn hoede. 'Ja, ik ben geen slanke den meer.' 'Wel, voor de echte baas van Frankrijk ziet u er aantrekkelijk uit,' en hij boog zich naar haar toe. 'Hm, en u ruikt lekker,' zei hij, terwijl hij zijn neus tegen haar middel drukte. 'Ik lucht mijn lichaam elke dag,' verklaarde ze. 'Was ieder mens maar zo wijs. Afwisselend hete en koude baden nemen, is ook heel goed,' en hij beroerde haar billen. Behaagziek liet Catherina het zich welgevallen. 'Uw gezondheid is dik in orde,' zei de dokter toen. 'Kleedt u zich maar weer aan.' 'Goh, u bent bijna net zo geraffineerd als ik,' en geamuseerd trok ze haar jurk weer op. De lakei kwam intussen met de geboortepapieren aangelopen. 'Onze wens is een sterk, stabiel Frankrijk en het handhaven van de macht van het koningshuis Van Valois,' hervatte de koningin serieus. 'Kunt u me adviseren hoe mijn man en ik met de politiek godsdienstige fracties moeten omgaan om dit te bewerkstelligen?' 'Ik zal eerst uw horoscoop maken, Majesteit. Daarna zal ik u inzicht geven in uw sterke en zwakke punten, waarna u de kennis zelf in de praktijk dient toe te passen. Ik mag namelijk niet het leven van een ander mens leiden, hoezeer ik ook uw wensen in vervulling zou willen brengen.' 'Bon, ik waardeer uw integriteit. Dan zullen we het nu maar laten rusten. We zien elkaar komende maandag op het bal,' en ze beëindigde het gesprek. Het was elf uur in de voormiddag, de aanvangstijd van het theaterspektakel ter ere van het huwelijk van de Hertog Van Joyeux en Elise de Vaudemont. Michel liep de reusachtige balzaal in en flaneerde met zijn eenvoudige pofbroek tussen de extreem opgedirkte gasten, van wie hij er al een paar in de paleizen was tegengekomen. Alle dames zagen er uit als kunstwerken: zeer wijde jurken met extravagante hoofddeksels. Ook de heren droegen sprookjesachtige hoeden, of kostbare pruiken, en beide seksen bewogen zich overdreven voornaam door de zaal. Michel kreeg een programma in de hand gedrukt. 'Eens kijken wat erin staat,' mompelde hij en hij vouwde het papier open. De vermaarde astroloog was natuurlijk al lang opgevallen en een drietal op hem azende hofdames snelde toe. 'Mijnheer Nostradamus, wat leuk dat u er bent!' riepen ze, 'en dat u van ballet houdt?' 'Ach, houden van, maar ik ben zeker benieuwd naar het optreden van mijn dansleraar in het stuk Comique de la Reine,' gaf hij toe. 'Maar het ballet Comique de la Reine is het gezelschap,' verbeterde Angelique, de dame met de blauwe hoed. 'Wat spelen ze dan?' 'Circe van Homerus,' antwoordde ze. 'Aha, een van de meest bekende stukken uit de Odyssee,' wist de geleerde. 'De Beaujoyeux heeft ook de choreografie verzorgd,' kwam Collette, de dame met de roze hoed, tussenbeide. 'Ook dat is mij onbekend,' zei Michel. 'Het staat in het programma vermeld,' hernam ze. 'Ik was er nog niet aan toegekomen, dames,' en hij wilde het papier opnieuw bekijken, toen de derde hofdame zich opdrong. 'Er komen zangers, dansers, muzikanten, dieren, circusartiesten en nog veel meer,' informeerde ze hem. De zaal was inmiddels stampvol met duizenden hovelingen en gasten uit het hele land. 'U maakt waarschijnlijk voor het eerst een feest van de De Medici mee?' veronderstelde Collette. 'Dit is inderdaad de eerste keer,' erkende hij. 'Zet u zich dan maar schrap,' waarschuwde Angelique. 'Het ballet neemt alleen al vier uur in beslag.' 'Vier uur ballet?' 'Geen nood hoor, tijdens alle voorstellingen kunt u vrij in- en uitlopen,' stelde Collette hem gerust. 'Wellicht is het handig om u wat wegwijs te maken aan het hof,' bood Angelique hem aan. 'Ik ken de weg hier veel beter dan zij,' zei Collette, die zich de kaas niet van het brood wilde laten eten. 'Ik denk dat mijnheer eerder van fijnzinnigheid houdt,' overtroefde de derde jonkvrouw haar concurrenten. De hofdames konden elkaar plotseling niet meer luchten of zien. 'Ik ben al getrouwd en heb fijne kinderen,' schermde de astroloog. 'Goedendag dames!' Beleefd nam hij even zijn bolhoed af en flaneerde toen verder. Het publiek bevond zich aan drie zijden van de uitspanning. Deels op galerijen waar de koning en de koningin en het huwelijkspaar zaten, en deels beneden, waar Michel zich schaarde. De voorstelling ving aan en een indrukwekkend decor draaide mechanisch tevoorschijn. Een danskoor bracht een aubade aan het gisteren getrouwde paar en beeldde in een allegorische verhandeling de echtelijke liefde uit. Na de ingetogen huldiging werd de sfeer uitbundig, en bont gekostumeerde figuranten paradeerden af en aan. Na enige tijd ging er een kreet van verrukking door de zaal toen er een heuse olifant vanuit de coulissen voorlangs kwam. Alle registers werden opengetrokken. Zo draafden er diverse exotische dieren voorbij. Daarna volgden er hordes marcherende soldaten, die een strijd nabootsten. Het publiek vergaapte zich aan het spektakel en ook de koning raakte in zijn sas bij het zien van zijn strijdkrachten. Henry II veerde zelfs even van zijn stoel op toen de kapitein van zijn persoonlijke garde een geïmproviseerd duel met een Schot aanging. 'Bezint eer gij begint,' riep Montgomery gekunsteld tegen zijn vijand. De twee militairen stonden met volledige wapenuitrusting op de planken en stelden zich tegenover elkaar op. De Schot begon de aanval en sloeg met zijn afgestompte zwaard op de kapitein in, maar die pareerde de aanval handig met zijn schild. De vonken sloegen ervan af en de kapitein beraadde zich op een tegenaanval. De koning vergat door de opwinding dat het slechts om een spel ging en moedigde Montgomery vanaf het balkon aan. 'Pak 'm, kapitein,' schreeuwde hij door de zaal. Het publiek besloot deze vechtersjas tot favoriet te kiezen en jubelde hem toe. 'Deksels, nu weet ik waar de koning aan zal sterven: in een oefenduel,' wist Michel ineens. Montgomery was even uit uit zijn doen van het uitzinnige publiek; de Schot maakte handig gebruik van zijn verwarring. Hij stak het zwaard venijnig uit naar de kapitein, maar het ketste op zijn helm af. 'Mis!' juichten de toeschouwers. 'Ik denk dat ik mijn garde zelf maar moet aanvoeren,' mopperde de koning tegen zijn vrouw. Maar Montgomery zette nu de aanval in en na een botsing tussen beide strijders viel de Schot op de grond, waarna de kapitein als winnaar het zwaard boven zijn slachtoffer hief. Een rood gordijn viel pardoes voor het toneel en een eventuele genadeklap werd aan de verbeelding van het publiek overgelaten. Terwijl het decor in allerijl werd omgebouwd, was er voor iedereen de mogelijkheid om te eten en te drinken. Ook nu gingen de politieke spelletjes gewoon door. De Coligny, die vlak voor Nostradamus stond, gaf een onopvallend teken met de hand, waarna enkele partijgenoten, onder wie De Florenville, geruisloos de zaal verlieten, wat enkele Guises weer niet ontging. Stelletje malloten, dacht de geleerde en hij schonk er verder geen aandacht aan. Het hele podium draaide nogmaals spectaculair in de rondte en het decor voor het ballet Comique de la Reine kwam tevoorschijn. Het publiek ging weer zitten en zag de bekende balletmeester als eerste het toneel opspringen. Balthasar speelde de tovenares. Het verhaal werd door de dansers met pantomime uitgebeeld. Het ballet duurde inderdaad erg lang en de hovelingen liepen regelmatig de zaal in en uit. Halverwege het stuk daalde Mercurius neer; de boodschapper van de goden werd met een lier omlaag gebracht. Het lijkt wel of Hermes mij achtervolgt, peinsde Nostradamus. Met een hoop kabaal onderbraken de dansers zijn bespiegelingen over het teken van boven, waarna Balthasar nog een hoogstandje ballet liet zien. Oh jee, dadelijk moet ik eveneens mijn beste beentje voorzetten, en in gedachten doorliep Michel de danspassen, die hij na het stuk in praktijk zou moeten brengen. Toen Circe van Homerus ten einde was, sprongen alle dansers vanaf het podium op het centrale platform, waar ze iedereen verzochten met hen mee te doen. De edellieden stroomden de dansvloer op, terwijl het overgebleven publiek met belangstelling toekeek. Ook Michel deed met de bassa-dans mee, waarbij een grote hoeveelheid buigingen en wendingen werd toegepast. Door de geometrische patronen en de knellende kleding leken de deelnemers echter meer op marionetten dan op dansende mensen. De koning en de koningin waren inmiddels van het balkon afgekomen en schreden plechtstatig door de zaal met in hun kielzog de familie De Vaudemont. Catherina droeg een kegeljurk, zó groot dat er ten minste vijf kerels in konden. Haar man had daarentegen extreem lange puntschoenen aangedaan om iedereen uit zijn buurt te houden. Na de bassa-dans nam de koningin het woord. 'Lieve mensen, gaat u een moment aan de kant, want ik verzoek het bruidspaar op de dansvloer te komen om de figuurdans in te zetten.' Elise de Vaudemont en de hertog Van Joyeux kwamen naar voren toe en het echtpaar begon elegant op het ritme van de hoofse muziek te bewegen. Telkens werd er een paar aan toegevoegd, waarbij de dansers lange rijen vormden, die weer in cirkels of driehoeken veranderden. Michel volgde de figuurdans vanaf de zijlijn, die vooral voor de toeschouwers een bijzonder esthetisch genoegen was. De De Vaudemonts werden nu volledig in beslag genomen door het dansende bruidspaar en hielden hun gezworen vijand niet meer in de gaten. Waar blijft dat dieptepunt van deze avond toch? twijfelde de ziener, voor wie hun verborgen spanning goed waarneembaar was. 'Een danse-haute alstublieft,' gebood Catherina de muzikanten opeens, alsof ze hem had gehoord. Het was de dans waarbij telkens met sprongetjes van partner gewisseld moest worden. Aha, dit wordt dus de aanvaring: een duet met een van de vrouwelijke De Vaudemonts, glimlachte Michel, die de dansvloer opging. Ondanks haar grote jurk deed de koningin ook mee en na enkele wisselingen van partner kwam ze voor haar favoriete gast terecht. 'Het lijkt wel of we elkaar al jaren kennen, doctor,' zei ze ondeugend. Nostradamus keek haar met een twinkeling aan en draaide haar vervolgens zwierig in de rondte. 'Mijn complimenten hoor!' reageerde ze nadien. 'U hebt het aardig onder de knie,' en ze sprong naar een andere danser. Terwijl de geleerde een nieuwe dame ontving, zag hij dat Elise zijn volgende danspartner zou zijn. De bruid was tot dezelfde pijnlijke conclusie gekomen en zocht angstvallig oogcontact met haar familie. Een verknipt meisje, net als haar bloedverwanten, schatte Michel haar in. Dat gaat zich er niet bij neerleggen. Of misschien juist letterlijk? De blikvanger van de dag zocht verwoed naar manieren om de dans te ontspringen, maar uiteindelijk kon ze niet anders dan het gebruikelijke sprongetje maken en ze belandde voor de ziener. 'Mag ik deze dans van u?' vroeg hij met priemende ogen, waarna Elise deed alsof ze flauwviel. Het publiek reageerde geëmotioneerd bij het zien van het vallende bruidje en de muzikanten stopten met spelen. De hertog Van Joyeux zag tot zijn ontsteltenis zijn vrouw op de dansvloer liggen en rende er halsoverkop naartoe. Zijn aangetrouwde familie stond intussen aan de grond genageld. 'Haal de hofarts,' riep hij in paniek. De koningin besliste anders en liep resoluut naar de plaats van het ongeluk. 'Mijnheer Van Joyeux, er is al een arts aanwezig,' gaf ze bescheid. 'Doctor Nostradamus,' ging ze verder, 'u kunt ons als arts toch zeker wel vertellen wat de bruid mankeert?' 'Ik zie op het eerste gezicht geen objectieve veranderingen, Majesteit.' 'Onderzoekt u de dame toch eens nader,' verzocht ze, waarop hij zich over Elise heen boog en voor de sier haar temperatuur en hartslag controleerde. 'Ik zal je matsen, meid,' fluisterde hij haar toe en na de testjes richtte hij zich tot de bruidegom: 'Uw vrouw heeft last van een vasovagale collaps.' 'Eh, wat houdt dat in?' stamelde de hertog. 'Dat ze is flauwgevallen, ze komt zo wel bij. Het is haar waarschijnlijk allemaal wat te veel geworden.' Ook de koning interesseerde zich nu voor het voorval en bekeek de onderuitgezakte bruid van dichtbij. 'Oh, dat gebeurt hier wel vaker,' merkte hij op. Elise begon op dat moment te schijnhoesten en maakte aanstalten om overeind te komen. 'Kan iemand misschien een handje helpen,' verzocht haar man bezorgd. Familieleden schoten te hulp en brachten het aangedane feestvarken buiten de dansvloer, waar ze op een stoel verder werd behandeld. Catherina gelastte iedereen om het feest voort te zetten en de sfeer herstelde zich. Tijdens de populaire suites kreeg de koning onverwachts de smaak te pakken en hij maakte een dansje met zijn vrouw. 'Je bent in een goede bui vandaag, Henry,' zei ze. 'Vallende meisjes doen mij goed,' gekscheerde hij en ze draaiden zich op de maat om. 'Het zijn geen patrijzen,' reageerde ze weer en face. 'Je hebt gelijk, vrouw. Patrijzen neerschieten is vele malen opwindender.' De suites liepen ten einde en de De Vaudemonts verlieten de zaal, terwijl ze nog een laatste dodelijke blik naar de magiër van het kwaad wierpen. Na de festiviteiten was er nog een slotbanket, maar ook Michel hield het nu voor gezien en verliet de uitspanning om te gaan slapen. Het was een enerverend dagje geweest. De volgende ochtend nam de geleerde afscheid van de koningin omdat hij weer naar huis toe zou gaan. Een lakei liet hem in haar vertrek binnen. 'Alles naar wens, doctor?' vroeg Catherina, die met haar raadgevers in de weer was. 'Jawel Majesteit, maar ik ben hier om afscheid van u te nemen, ik vertrek zo dadelijk.' 'Ach wat spijtig: anderzijds gaat u wel mijn horoscoop maken,' en ze gaf de raadslieden opdracht de zaal een ogenblik te verlaten. 'Ik wil u nog prijzen voor uw optreden van gisteravond,' hernam ze, toen ze alleen waren. 'U bedoelt dat voorval met Elise de Vaudemont?' 'Jazeker, dat hebt u discreet opgelost. Acteren is niet haar sterkste kant. Maar vanwaar die wrevel? Zo te zien konden de De Vaudemonts uw bloed wel drinken.' 'Dat is een oude geschiedenis, Majesteit. Ooit ben ik met een De Vaudemont getrouwd geweest,' en hij gaf er blijk van hier niet verder op in te willen gaan. 'Nou goed, dan wens ik u een prettige terugreis toe, doctor. En we zien elkaar vast weer,' en ze overhandigde hem een genereuze toelage voor het nog te verrichten werk. Met een vette knipoog zei ze hem gedag. Michel zat nog maar net in de koets of hij voelde plotseling overal pijn in zijn lijf. Het leek wel of zijn gewrichten in brand stonden. Dit moet jicht zijn, stelde hij bezorgd vast. Je krijgt straks een ziek vogeltje thuis, Anne. Tijdens de lange terugreis bleven de ontstekingen opspelen en met hangen en wurgen kwam hij in Salon de Provence aan. Gebroken stapte hij uit de koets en met moeizame stapjes begaf hij zich naar de huisdeur. Het is weer raak, dacht zijn vrouw, die uit het raam keek en hem strompelend zag aankomen. 'Jongens, gaan jullie maar even achterom naar buiten toe,' gelastte ze de kinderen, die zonder sputteren verdwenen. 'Ik kan je helaas niet met blijdschap verwelkomen,' jammerde ze bij de entree. 'Hopelijk hebben ze je daar niet vergiftigd,' en ze ving hem op. 'Nee, dit is veel erger, dit wordt chronisch,' zei hij. Anne wist haar man ternauwernood boven in bed te brengen. 'Blijf alsjeblieft nog even bij me liggen, ik heb zo naar je verlangd,' verzocht hij en ze kroop bij hem onder de lakens. Hij ontlaadde zich toen hij haar huid tegen de zijne voelde. 'Oh, dit doet wonderen,' verzuchtte hij en hij viel in een diepe slaap. Pas na weken was hij weer de oude en hij ging toen snel aan de slag. In zijn werkkamer begon hij nauwgezet de horoscoop van de koningin te maken. Eens kijken, geboren op 23 april 1519. Ze is een Stier met Schorpioen als ascendant, haalde hij uit de tabellen. 'Wat een wijf, zeg,' mompelde hij even later, toen hij de twaalf huizen met de sterrenbeelden aan het invullen was. Rustig, sterk, scherpzinnig, sociaal vaardig, en met Jupiter in huis vier blijft het met haar bezittingen dik in orde. Ze is ook niet gemakkelijk boos te krijgen, hoewel: met Zon in huis zeven en Maan in huis tien? Dat zal onderhuids gaan. Die moet af en toe erg jaloers kunnen zijn en is dan niet tot vergeving in staat. Oppassen geblazen! Met het huis Van Valois kan het na haar dood niet goed aflopen, zo te zien. Nadat hij de karakterbeschrijving van de koningin zorgvuldig had afgerond, stuurde hij de horoscoop direct op. Een etenslucht steeg door het trappenhuis naar de zolder op. Anne was in de keuken bezig! Dat moet ik eens van dichtbij zien, dacht haar echtgenoot. Hij legde zijn vederen pen neer en kuierde naar beneden. 'De nootmuskaat is op,' zei ze toen hij binnenkwam. 'Ik zal morgen wat op de markt kopen,' beloofde Michel, die op een kruk bij de keukentafel plaatsnam. 'Hé, tomaten!' rook hij om zich heen snuivend. 'Zo, mijnheer is ook al helderruikend,' plaagde ze. 'Je krijgt zo Spaghetti Bolognese op je bord, waarschijnlijk een eenvoudigere maaltijd dan bij de koningin, maar je zal het ermee moeten doen.' Madeleine kwam aangelopen. 'Kunnen we al eten, mam?' vroeg ze. 'Bijna. Ga Paul en César alvast maar halen,' verzocht ze en haar dochter rende naar buiten toe. 'Antoine komt ook een hapje mee-eten,' meldde Anne haar man. 'Gezellig, dan zal ik voor de gelegenheid de mooie tafel dekken,' zei hij en hij liep met het linnengoed naar de eetkamer. De kinderen kwamen even later vol levenslustige energie binnengehuppeld en sprongen aan de gedekte tafel. 'Hé, rustig jullie!' waarschuwde vader, die een hoog kinderstoeltje voor André bijschoof. De kleinste, Diane, werd nog door de huismeid gevoerd. 'Wat hoor ik nu voor een raar geluid?' vroeg Michel zich hardop af. 'Dat is André met een rammelaar,' zei César, 'die heeft mama gisteren gekocht.' Vader liep de huiskamer in en zag de peuter met het tinnen speelgoed spelen. Hij nam hem mee de eetkamer in en plaatste hem in het kinderstoeltje. Een hard geklop klonk op de voordeur. Dat moest Antoine zijn. 'De deur is open!' riep Michel en zijn broer kwam binnengewandeld. 'Hoi Antoine, leuk dat je er weer bent.' 'Zo rijzende ster, nog nieuws van het koninklijke front?' vroeg deze. 'Nee, ik heb de horoscoop nog maar pas opgestuurd.' De vrouw des huizes zette onderhand de spaghetti op tafel en verzocht haar man een kan wijn uit de kelder te halen. 'Nog veel belasting opgehaald, Antoine?' chargeerde Anne. 'Ik ben gepromoveerd tot inspecteur,' glunderde haar zwager opeens. 'Nou, het gaat ons allemaal wel voor de wind. Chapeau hoor. En, ga je nu over ons district? Want in dat geval moeten we eens een onderonsje regelen.' 'Ik kan echt niemand bevoordelen,' antwoordde hij ernstig. 'Grapje!' lichtte ze toe. Nou, lolbroeken zijn het niet, die De Nostredames, dacht ze en ze plaatste de lage kelkglazen op tafel. Haar echtgenoot kwam inmiddels met de drank aangelopen. 'Kinderen, jullie krijgen vandaag limonade,' zei hij en ze begonnen te joelen. 'Je broer is net inspecteur geworden,' liet zijn vrouw hem weten. 'Dat is mooi nieuws, ga je nu ook over ons district?' vroeg Michel, waarop Antoine tureluurs voor zich uit begon te staren. 'Ik dacht dat jij niet kon koken,' zei de inspecteur even later tegen Anne. 'Ik heb het kookboek van mijn man uit mijn hoofd geleerd,' bekende ze. 'Zijn boek La Traite wordt zelfs in Antwerpen uitgegeven.' 'Ik ga liever in retraite!' geeuwde de gast. Ondertussen lurkten de kinderen aan de limonade en schepte vader de pasta op. 'Wat is dat nou?' riep Paul, die met grote ogen naar het vreemde deegwaar keek. 'Een Italiaans gerecht zoon. Bon appétit!' wenste hij iedereen toe. Pauline begon de spaghetti netjes te ontwarren, waarop haar broertjes en zusje haar volgden. 'Smaakt lekker hoor!' prees Michel zijn keukenprinses. De kinderen ontdekten al snel de mogelijkheden van de malle etenswaar en wedijverden wie er het eerst een sliert kon opzuigen. 'Niet met eten spelen,' berispte vader hen, waarop de slierten abrupt werden afgebeten. 'Ze luisteren goed,' zei Antoine, die een slok bronwater nam. 'Wisten jullie trouwens al dat Bertrand met een prestigieus project bezig is?' 'Nee, jij Anne?' Maar zijn vrouw wist ook van niets. 'Bertrand gaat het kanaal van ingenieur de Craponne graven,' vertelde Antoine. 'Gaat Bertrand dat doen?' zei Anne verbaasd. 'Ja, onze broer is tot een grote aannemer uitgegroeid. Het is een gigantische klus, waar hij bakken geld aan gaat verdienen.' 'Toen hij klein was, vertimmerde hij het huis al,' herinnerde Michel zich. 'Het kanaal moet de Crau vruchtbaar maken,' zette zijn broer voort. 'Ze zijn bij de Durance al met graven begonnen en willen het kanaal uiteindelijk naar Salon doortrekken, maar dat zal nog vele jaren duren.' De huismeid kwam met een huilende Diane in haar armen voorbij. 'Mevrouw, ik kan het knijpschaartje nergens vinden,' zei ze zenuwachtig. 'In de bovenste lade van de kast bij de haard,' gaf Anne aan, waarop de dienster weer verdween. 'Michel, wat vind je ervan als we je broer eens gaan opzoeken?' vroeg zijn vrouw. 'Dat lijkt me een prima idee.' 'Toevallig heb ik morgen een afspraak met Bertrand in Saint Rémy,' merkte Antoine op. 'Ik zal hem van jullie plan op de hoogte brengen.' 'Het lijkt me interessant om hem bij zijn project op te zoeken,' zinspeelde Michel. 'En jou, Anne?' 'Spannend, maar het is meer dan twintig kilometer rijden en op het eind door moeilijk begaanbaar gebied.' 'Dat gaat wel lukken,' zei haar man. 'Vraag Bertrand wel of hij het goed vindt.' 'Doe ik,' zegde Antoine toe. De pan spaghetti was inmiddels leeg en de kinderen gingen in de tuin spelen. 'Dan ga ik er weer vandoor,' zei Antoine en hij zei iedereen gedag. Vader streek op de veranda neer, om de maaltijd te laten verteren, en keek op afstand naar zijn koters, die met een bal gooiden. 'Godsamme,' schreeuwde Anne opeens vanuit de keuken en ze rende de tuin in. 'Wie heeft die spaghetti tegen het plafond gegooid?' vroeg ze laaiend. 'Paul,' zeiden de kinderen geschrokken, maar de boosdoener had de buurt al lang en breed verlaten. 'Er zwaait wat voor hem, als hij thuiskomst,' brulde moeder. Enkele dagen later trokken Michel en Anne te paard naar La Roque, waar Bertrand met zijn ploeg aan het graven was. Het kroost bleef thuis in gezelschap van de meid. Na een fikse tocht door het bergachtige noorden van de Crau, waar de rivier de Durance stroomde, troffen ze de bouwput aan, waar met man en macht werd gewerkt. Ze bonden hun paarden vast en stapten in de bouwwagen, die op enkele meters van de bedrijvigheid geparkeerd stond. Een oudere man zat er vlijtig achter een propvol bureautje te schrijven en merkte hen pas op toen Michel met opzet kuchte. 'Mijn beroemde broer met zijn vrouw!' riep Bertrand enthousiast uit. 'Jij bent anders ook aardig op weg,' zei hij en ze omhelsden elkaar. 'Ga lekker zitten,' verzocht Bertrand en hij haalde een houten bankje tevoorschijn. 'Hoe staat het met je levenswerk?' informeerde hij toen ze eenmaal zaten. 'De Profetieën vorderen gestaag,' antwoordde zijn broer, zoals altijd terughoudend wanneer het zijn werk betrof. 'Onbegrijpelijk, waar haal je het toch allemaal vandaan...' 'En hoeveel kilometers moeten jullie nog graven?' vroeg Michel. 'Zesentwintig kilometer en honderdvijftig meter om precies te zijn,' rekende de bouwmeester hem voor, die op zijn broer leek: indringende ogen, rode wangen, kaal, dikke baard, rechte neus. De karakters verschilden daarentegen als dag en nacht. 'Jullie zullen wel dorst hebben, hè?' en zonder een reactie af te wachten schonk Bertrand drie kroezen vol met bier. 'Kijk, zo gaat het kanaal lopen,' en hij frommelde een plattegrond met het geplande project uit zijn zak. En ofschoon zijn belezen broer zich serieus in de kaart verdiepte, lieten zijn vrouw en hij de bekers rijkelijk klinken. 'Op het kanaal,' proostte Anne zwierig. Een werkman liep even later binnen. 'We hebben iets interessants gevonden,' rapporteerde hij. 'Onze archeoloog,' smoesde Bertrand en ze volgden hem naar buiten tot aan een opgegraven hoop puin. 'Kijk, verschillende stukken van een oud mozaïek,' zei de arbeider, die een gebroken tegel toonde waarop een gedeelte van een slang met een appel in de bek stond afgebeeld. 'Die moet van de Romeinen zijn,' vermoedde Bertrand, 'christenen gebruiken dat symbool niet.' 'De katharen wel,' zei Michel, die naar de groeve toe stapte. Terwijl de anderen de scherven bewonderden, speurde hij naar tekenen. Hij vond iets. 'Op de bodem van het kanaal is een spoor van een cirkelvormige muur te bekennen,' riep hij en ze kwamen allemaal dichterbij. 'Waarschijnlijk is het ooit een waterput geweest, verfraaid met siertegels,' vervolgde hij. 'Vind je het goed als ik dat stuk met die slang mee naar huis neem?' vroeg hij aan zijn broer. 'Het boeit me.' 'Neem maar mee,' antwoordde Bertrand onverschillig. Ze liepen weer naar binnen. 'Waar ken je Adam de Craponne van? Hij woont bij ons in de stad, niet bij jou,' vroeg Anne, toen ze zichzelf nog wat bier bijschonk. 'De ingenieur werkt samen met allerlei gemeenten die mij hebben aanbevolen,' legde Bertrand uit. 'Hij zoekt trouwens nog meer financiers, niks voor jullie?' 'Pff, wat denk jij?' vroeg Anne aan haar gade, die vrijblijvend toekeek. 'Ik ben ervan overtuigd dat het een goede investering is,' pleitte Bertrand. 'Naast dat je mede-eigenaar bent, zijn er inkomsten door de verkoop van aanliggende gronden die door de irrigatie vruchtbaar worden gemaakt. Bovendien worden de inkomsten onder de eigenaars verdeeld.' 'Het klinkt wel interessant,' reageerde Michel bedachtzaam. 'We zullen het overwegen.' Toen het bier op was, moest de bouwer weer aan de slag en hij beloofde spoedig met zijn vrouw een bezoekje aan Salon de Provence brengen. Thuis bespraken ze de aantrekkelijke belegging. 'Wie weet voor de oude dag,' suggereerde Anne, 'als we tot niets meer in staat zijn.' Haar man vond het achteraf ook een goed idee en na wikken en wegen besloten ze het aanzienlijke bedrag van tweehonderd kronen in het project te investeren. 'Ik moet nog een hoop werk verrichten, lieverd,' zei Michel na deze belangrijke beslissing en hij trok zich in zijn werkkamer terug, waar hij de gebroken tegel bij zijn andere relikwieën plaatste. Daarna sorteerde hij zijn schrijfgerei en nam de post door. Er zaten twee belangrijke berichten tussen. De eerste was een brief van zijn uitgever Chomarat in Lyon. Die schreef dat de koning wel liefst driehonderd exemplaren van het derde deel van De Profetieën had besteld. Henry II verzocht Nostradamus er ook nog eens een begeleidende brief voor te schrijven. Mijn boek als relatiegeschenk, mopperde hij in eerste instantie. De koning die het goede voorbeeld geeft, moet nog geboren worden, maar au fond was hij zeer vereerd. Tja, het ontstijgen van het rad van Samsara is nu eenmaal geen kattenpis, draaide hij bij. De andere enveloppe was de lang verwachte reactie van de koningin. Nadat hij het lakzegel had verbroken, las hij in spanning het schrijven. Catherina bleek dol enthousiast te zijn over de toegestuurde horoscoop met de uitvoerige karakterschets en ze verzocht hem haar zeven kinderen op dezelfde wijze onder de loep te nemen. Zonder tegenbericht zou hij komende donderdag opgehaald worden. Er is helemaal geen tijd voor een tegenbericht, stelde hij tenenkrommend vast. Na het schrijven van een begeleidende brief voor deel drie leunde hij in zijn stoel achterover om na te denken. Geen sinecure en nogmaals zo'n zware reis, zuchtte hij in dubio. Even later vertelde hij zijn vrouw het heuglijke nieuws en zijn besluit: volgende week zou hij de nazaten van het geslacht Van Valois in Parijs gaan onderzoeken. De week erop werd hij opgehaald en nam hij weer afscheid van zijn gezin, dat hem buiten voor de deur uitzwaaide. 'Volgens mij valt de koningin op papa,' suggereerde Madeleine toen het rijtuig vertrok. 'Maar papa niet op haar,' zei César. 'Laten we dat maar hopen, jongens,' reageerde moeder en ze keerden met z'n allen naar binnen. De zeven prinsjes verbleven in het Louvre, een oud, middeleeuws fort, dat in de twaalfde eeuw de stad moest beschermen tegen invallen van buitenaf, maar nu al jaren als koninklijke residentie dienstdeed. Nostradamus zou echter in het Hôtel des Tournelles ondergebracht worden, dat op loopafstand van het Louvre lag. Direct na aankomst liep hij naar het kolossale fort om de koninklijke telgen te ontmoeten, die er dagelijks in van alles werden onderricht. Hij zou - volgens afspraak - met ieder van hen een dag doorbrengen en dat betekende dat hij na een week weer zou vertrekken. Een secretaris ontving de verwachte astroloog en bracht hem rechtstreeks naar de kinderverblijven. 'Is de koningin niet aanwezig?' vroeg Michel. 'Nee mijnheer, het koninklijke echtpaar vertoont zich zelden in Parijs. Hebt u nog voorkeur met welk van de kinderen u begint?' 'Laat ik maar met de oudste beginnen,' zei hij, waarop ze het vertrek van Francis II betraden. De tralies voor de ramen verraadden dat dit gedeelte van het fort eerder als gevangenis had gediend. De afgegrendelde ruimte voldeed wel aan alle prinselijke gemakken. De zevenjarige Francis zat stilletjes op zijn bed te wachten. Niet echt een prikkelende omgeving voor een kind, vond de geleerde, die op de jongen afliep. 'Begroet de dokter eens, Hoogheid,' verzocht de secretaris streng. Francis gaf zijn bezoeker een hand. Nou, dat lijkt meer op een dode vis dan een mensenhand, dacht Michel. 'Mag ik met de prins vrij door het Louvre wandelen?' 'Eh..., dat is wel mogelijk,' antwoordde de secretaris met tegenzin. 'Kom Francis, we gaan een rondje maken,' gebood Michel de jongen, waarna de hofdienaar hen op de voet begon te volgen. 'Ik heb liever dat we alleen lopen,' zegde de geleerde hem aan. De veredelde kinderoppas stond even te twijfelen of hij zich wel kon kwijten van zijn taak, maar excuseerde zich ten slotte. 'Ik zal het aan de bewakers doorgeven,' liet hij weten. 'Nou Francis, je zit wel in een gouden kooi opgesloten,' zei Michel toen ze alleen waren. De twee zwierven urenlang door talloze ruimtes met inspirerende schatten en archieven van Franse koningen uit eerdere tijden. Francis zag er gezond uit en alles zat erop en eraan, maar geestelijk was hij zwak en er ging niets van hem uit. Na het uitgebreide onderzoek keerde de ziener in zijn hotel terug, waar hij de horoscoop van Francis alvast begon uit te werken. De volgende morgen bezocht hij de tweede zoon, de zesjarige Charles IX, die ondanks de geïsoleerde omgeving een stuk bedrijviger was. Nostradamus kreeg toestemming om met hem door de hoftuinen te wandelen, waar tropische vogels en wilde dieren in kooien werden gehouden. Terwijl ze langs de hokken kuierden, bestudeerde hij het gedrag van het kind. Het jochie gooide stenen naar de beesten en stak nadien zijn arm door de spijlen om hen te aaien. Zijn begeleider moest hem herhaaldelijk weggrissen. Die is niet wijs, dacht hij. Nee, ook Charles zou geen goede koning worden. Bij de apen werd het stel aangenaam verrast door een onaangekondigd bezoek van de koningin. 'Doctor, ik wilde u zó graag nog even zien,' fleemde Catherina en ze stelde voor om gedrieën een theeceremonie te houden. 'Ik had juist vernomen dat u hier haast nooit komt,' zei Michel, terwijl ze naar binnenliepen. 'Nonsens, er worden in dit fort met regelmaat staatsbanketten, toernooien en andere aangelegenheden gehouden. Maar wil het onderzoek een beetje lukken?' 'Het is nog te vroeg om verslag uit te brengen, Majesteit,' antwoordde hij. Na het kortstondige vermaak verliet de koningin hen weer om haar man te ondersteunen bij het staatsbezoek van prins Rudolph van Habsburg. Op de vierde dag wandelde de geleerde vroeg rondom het Louvre heen en bekeek het onsamenhangende bouwwerk, waar eeuwenlang architecten, bouwers en decorateurs op waren losgelaten. Misschien een aardig idee om het volgende kind eens buiten de poort mee te nemen, bedacht hij, dan ziet het eindelijk eens de buitenwereld, en hij begaf zich naar de secretaris om het voor te stellen. 'Geen sprake van!' zei deze pertinent. 'De veiligheid van de kinderen gaat voor alles.' 'Maar ze zitten hier te verkommeren,' hield de arts hem voor. 'Gun nou één kind een kijkje in het echte leven. Het is goed voor zijn ontwikkeling.' De secretaris zond als compromis een boodschapper naar het koninklijke paar, dat ergens in Parijs verbleef, en een uur later was er goedkeuring. Zo slenterde Michel nog diezelfde dag met Henry III door de straten van Parijs en onderweg snuffelden ze in de proletarische winkeltjes. Het deed de jongen zichtbaar goed. Ze pierewaaiden tot aan het Ile de la Cité en liepen via de Pont Neuf weer terug. Jammer, maar ook dit kind is geen groot licht, stelde hij vast. Mijn bevindingen zullen de koningin niet gaan plezieren. Nadat het prinsje weer veilig was thuisgebracht, wandelde hij in de schemeravond naar zijn nachtverblijf. Tot dusver ging alles van een leien dakje, maar in het zicht van Hôtel des Tournelles bemerkte hij iemand die hem aan het bespieden was. Hij besloot de man te confronteren en draaide zich resoluut om. Geschrokken schoot deze onverlaat met lange jas en hoge kraag een donker steegje in en verdween. Het is hier gevaarlijker dan ik dacht, besefte Michel. Voortaan geen prinsjes meer buiten de poort. De volgende ochtend onderzocht hij het op een na jongste kind, dat slechts twee jaar was. Het vertoonde eveneens gelijke trekken met zijn broertjes en de dag ging zonder bijzonderheden voorbij. Morgen nog de kleinste en dan is de klus geklaard, verheugde de astroloog zich, die pas laat in de avond het Louvre verliet, omdat hij in de archieven mocht neuzen. Hij liet de schaarse verlichting van het depot achter zich en stak het plein over om naar huis toe te gaan. Het was aardedonker en de straten van Parijs leken verlaten. Plotseling ontdekte hij drie gedaantes achter zich. Verdikkeme, dat voelt onguur aan, dacht hij. Onnozel eigenlijk van me om zo laat alleen de straat op te gaan, en hij versnelde zijn pas. Voorbij het nieuwe Pavillon du Roi, dat nog in de steigers stond, schoot hij een straatje in om zich ervan te gewissen of hij gevolgd werd. De schimmige figuren namen onmiddellijk dezelfde afslag. Noodgedwongen spurtte de lichtvoetige astroloog weg. Zoals verwacht liepen zijn belagers hard achter hun prooi aan, die hen van zich af probeerde te schudden in de wirwar van donkere steegjes. Terwijl de zenuwen door zijn lijf gierden doorvorste Michel in hoog tempo de stenen muren, hoeken en schuttingen van de Parijse huizen. Hij vond echter geen sluiproute en hoopte op een ingeving, maar zijn helderziendheid liet hem in de steek. De overmacht is te groot, piekerde hij achterom kijkend, en een ogenblik later kregen ze hem te pakken. Hij riep nog om hulp, maar alle ramen en deuren bleven potdicht. De boeven snoerden hem de mond en duwden hem een doodlopend straatje in. Toen ze hun slachtoffer met een mes om zeep wilden brengen, klonken er paardenhoeven in de straat en ze keken verschrikt op. Net op tijd kwamen er politieagenten te paard de steeg in gereden en ze vielen de schurken aan, die als ratten in de val zaten. Met getrokken sabels sloegen de agenten op hen in en twee werden er direct met een zwaard doorboord. De derde wist schier te ontkomen maar werd voortijdig in de boeien geslagen. Terwijl Michel opgelucht adem haalde en zijn redders wilde bedanken, stopte er een rijtuig, waaruit een hoogwaardigheidsbekleder stapte. 'Bent u ongedeerd?' vroeg hij. Het was Morency, de commisaris die hem eerder had geëscorteerd. 'U komt als geroepen, en jawel, ik ben in orde,' gaf de ziener aan. Morency bracht hem naar de koets. 'U hebt in korte tijd een aantal vijanden aan het hof gemaakt,' vertelde hij en passant, 'daarom heeft de koningin mij opgedragen een oogje in het zeil te houden.' 'Wie wil mij dan vermoorden?' vroeg Michel. 'Dat kan ik u niet vertellen. Veel belangen aan het hof zijn met elkaar verstrengeld. Wel zeg ik u dat de autoriteiten van Parijs een onderzoek naar uw magische praktijken hebben ingesteld en derhalve raad ik u dringend aan de stad zo snel mogelijk te verlaten.' 'Maar ik moet nog één kind onderzoeken...' 'U kunt de afspraak met de koningin beter verzetten, want nood breekt wet,' adviseerde Morency hem. De astroloog besloot echter zijn karwei af te maken en werd vervolgens in zijn hotel afgezet. De volgende dag onderzocht hij de jongste koningstelg, waarna hij Parijs op stel en sprong verliet. De koninklijke gast kwam weer veilig en zonder kleerscheuren thuis, zelfs zonder jicht-aanval. En daar liet hij zich zowaar van een andere kant zien. Niet als de profeet met zwaar gemoed, maar als een vrolijke vader, die zijn gezin geheimzinnig een overvolle koffer op tafel voorhield. Zijn vrouw en kinderen keken verwachtingsvol toe. 'Wat is de tovenaar allemaal aan het bekokstoven?' vroeg Anne. 'Ik heb iets voor jullie,' glimlachte hij. 'Hocus-pocus pas, wat heb ik in mijn tas?' en hij haalde er een map uit met zeven papieren handafdrukken in verf van de prinsjes Van Valois. 'Souvenirs!' riep Anne verrukt en haar man deelde de afbeeldingen aan iedereen uit. 'Voorzichtig ermee,' gelastte hij, 'want ik kan het de prinsjes niet laten overdoen.' Zijn dierbaren waren allemaal verguld en nieuwsgierig begonnen ze hun koninklijke afdruk te vergelijken met die van de anderen. 'En voor jou heb ik nóg een verrassing,' zei Michel tegen zijn vrouw en hij gaf haar een minutieuze pentekening van het Louvre. 'Oh, wat mooi zeg! Die hang ik meteen boven de haard,' reageerde ze lyrisch. 'Dat kun je beter niet doen,' tipte hij. In de daarop volgende weken vervolbracht hij de horoscopen van de zeven prinsen en schreef de koningin dat haar zonen allemaal koning zouden worden. Hij vermeldde er maar niet bij dat haar nazaten te zwak waren om het land te bestieren en dat de koningstitel slechts een formaliteit zou zijn. Ze was slim genoeg om dit zelf uit de karakterschetsen te herleiden. Hoofdstuk 9 De grote man zal voor het conflict vallen Een belangrijke moord, te vroeg dood en betreurd Onvolmaakt geboren, moet vaak zwemmen De aarde bij de rivier met bloed besmeurd De studeerkamer was hard aan een grondige schoonmaakbeurt toe en de nieuwe meid opende het dakraam om de boel te laten luchten. Nostradamus hield zenuwachtig zijn instrumenten en paperassen in de gaten. Hij vond het maar niets, weer zo'n nieuwe. Liever ruimde hij alles zelf op, maar hij werd ouder en de jicht begon op te spelen. En met het oog van de meester op haar gericht, kuiste de meid de werkkamer. 'Doe je wel voorzichtig met mijn reageerbuizen?' vroeg hij met klem. 'U kunt gerust beneden blijven wachten, doctor,' antwoordde ze geërgerd, waarop hij wantrouwend naar beneden liep. Daar ijsbeerde hij door de huiskamer en zijn zoon César, inmiddels elf jaar, moest het ontgelden. 'Zet je die tondeldoos wel weer op zijn plaats,' riep hij giftig. 'Anders kan je moeder of ik het haardvuur niet meer aansteken,' en de jongen zette haastig het voorwerp bij de haard terug. Het was wennen om de touwtjes uit handen te moeten geven. 'Oh, het bed nog!' viel hem te binnen en hij stormde alweer naar boven. 'Voordat je weggaat, moet je me nog helpen het bed uit het tuinhuis te halen,' en hij wierp tegelijk een controlerende blik op zijn spullen. 'Goed,' piepte de huismeid. Na de poetsbeurt en het omhoog sjouwen van het meubelstuk vertrok ze en kon de geleerde weer in alle rust aan de slag. Het bed wilde hij gebruiken om comfortabel in trance te geraken en hij schoof het op de juiste plaats. Een lakentje moet wel genoeg zijn, vond hij. Hij ging even liggen en dacht toen na over zijn meesterwerk. De laatste maanden had hij twee opvolgende Centuries weten te voltooien; tezamen bestreken ze de komende drie eeuwen. De geschiedenis van de mensheid is waarlijk één grote herhaling, filosofeerde hij, terwijl hij weer overeind kwam. Van de éne Nero naar de andere. Na elke oorlog komt er vrede en wordt er eens te meer naar de macht gegrepen. De mens zal eeuwig illusies blijven najagen. Het was avond geworden en Michel snoof van een poeder, dat in een van de laden van zijn bureau zat. Met een verruimde geest opende hij het dakraam om met het kijkglas de sterren te observeren. Het was een uitzonderlijk klare hemel en hij ontdekte spoedig een bolvormige sterrenhoop. Bij bolvormige sterrenhopen vertonen de sterren een sterke concentratie naar het centrum, in tegenstelling tot open sterrenhopen. De kinderen bonkten een verdieping lager onophoudelijk tegen de muren. 'Hé, kan het wat rustiger daar beneden,' riep hij. Ze werden stil, buiten wat gezeur, maar dat was wel te harden. Vader tuurde weer door het kijkglas en bekeek de sterrenhoop, die wel uit tienduizenden sterren moest bestaan. 'De sterren staan ogenschijnlijk heel dicht bij elkaar,' zei een stem opeens uit het niets. 'Maar als je met de snelheid van het licht reist, heb je wel een maand nodig om van ster naar ster te gaan.' Michel duwde hoogst verbaasd het kijkglas van zijn oog en keek opzij. Een kleine grijsaard met wit, springerig haar stond zomaar naast hem. Een geestverschijning. 'Wie bent u?' vroeg Michel. 'Ik ben een natuurkundige,' antwoordde de man en hij vroeg of hij een kijkje door het glas mocht nemen. 'De bolvormige sterrenhopen behoren tot de oudste objecten die we kennen,' hernam hij, terwijl hij de hemel bekeek. 'Oh, dat wist ik niet.' 'Ze zijn compact genoeg om stabiel te blijven.' 'Ik weet wel dat deze sterrenhoop Omega Centauri wordt genoemd.' 'Omega Centauri...,' herhaalde de man verstrooid, 'misleidend eigenlijk dat veel van deze sterren niet op de plek staan waarvan we denken dat ze staan.' 'Ik kan u helaas niet volgen...' 'Wel, het licht van sterren buigt in de buurt van nabije sterren enigszins af, waardoor er een kromming in ruimtetijd plaatsvindt,' legde de grijsaard uit, maar de andere geleerde begreep er nog geen sikkepit van. 'Kromming in ruimtetijd?' 'Tijd is een relatief verschijnsel, weet u. Als je naast een aantrekkelijke vrouw zit, lijken twee uur twee minuten, maar als je op roodgloeiende kolen zit, lijken twee minuten op twee uur.' Dit vatte Michel weer wel. 'Waar komt u eigenlijk vandaan?' 'Dat is een goede vraag en ik heb er verscheidene antwoorden op. Maar laat ik u met mijn beschouwingen niet lastig vallen. Ik ben geboren in Duitsland en ben later met mijn vrouw naar Amerika verhuisd. In 1955 ben ik aan een hartaanval gestorven en sindsdien kan ik me in alle vrijheid wijden aan de wetenschap van het universum.' 'Amerika, het land van de indianen.' 'Die zijn inmiddels uitgeroeid,' zei de natuurkundige daarop. 'Dan moet u zeker vanwege het nazi-regime verhuisd zijn?' 'Exact, de joden moeten het ditmaal ontgelden, haat en angst regeren opnieuw. Er zijn twee dingen die oneindig zijn: het universum en de menselijke domheid. Maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker.' 'Kortzichtigheid is ook schering en inslag in mijn tijd, maar per saldo zijn we allemaal mensen met gebreken.' 'Daar slaat u de spijker op de kop,' zei de man. 'Als iedereen nou vanuit dat standpunt kon handelen? Maar mag ik vragen hoe u heet?' 'Michel Nostradamus, astroloog en arts. En u?' 'Albert Einstein, maar zeg gerust Albert. Zo, dus ook een bekende wetenschapper, vandaar onze ontmoeting. Je hebt wel een archaïsche telescoop, zeg.' 'Je bedoelt mijn kijkglas? Tja, ik moet roeien met de riemen die er zijn,' en Michel keek wat verloren naar zijn apparaat. 'Ik heb het geluk dat de techniek in mijn tijd al vergevorderd was,' hervatte Albert, 'en mede daardoor kon ik mijn theorieën ontwikkelen.' 'Wat voor theorieën?' 'Ach, je kunt de meest wilde theorieën erop nahouden. Ik zeg wel eens: als de feiten niet kloppen met de theorie, verander dan de feiten. Maar om je vraag te beantwoorden; ik heb me onder andere beziggehouden met het gedrag van zwaartekracht op grote afstanden.' 'Hebben die ingewikkelde theorieën wel nut voor de wereld?' vroeg Michel. Even zweeg Albert. 'Daar raak je een gevoelige snaar,' zei hij opeens bedrukt. 'Ja, er zijn ontwikkelingen die ten goede komen aan de maatschappij, maar er is ook een keerzijde. Ik had mijn creativiteit wellicht beter moeten verbergen.' Hij voelde zich duidelijk ergens schuldig over. 'Aan je uitdrukking te zien, heb je iets verschrikkelijks veroorzaakt.' 'Tja,' zuchtte Albert, 'ik heb een inschattingsfout gemaakt met mogelijk een fatale afloop voor de mensheid. Ik was bang voor de groeiende Duitse agressie en vond dat het Amerikaanse leger versterkt moest worden. Ik heb toen andere natuurkundigen in staat gesteld een atoombom te maken.' 'Kun je me uitleggen wat dat is?' 'Oké. Ik zal het simpel houden. Als je het kleinste deeltje van een chemisch element splitst, komt er enorm veel energie vrij. Na kernsplitsing van specifieke atomen volgt er zelfs een kettingreactie die allesverwoestend is.' 'De doos van Pandora?' 'Daar kun je wel van spreken, ja,' beaamde Albert. 'En nu zijn er zeker kwaadaardigen met je kennis op de loop gegaan?' 'Misschien ben ik evengoed kwaadaardig. Ook ik heb last van een hokjesgeest. Vooroordelen zijn moeilijker te splitsen dan atomen.' 'In ieder geval probeer je rechtvaardig te zijn.' 'Ja, hm, de bommen zijn spijtig genoeg een aantal keren rampzalig gebruikt, nadat ik de president van de Verenigde Staten nog zo dringend had verzocht ze niet tot explosie te brengen.' 'Wat zijn dat, de Verenigde Staten?' 'Eh, dat is een deel van Noord-Amerika.' 'Je wist dus niet goed wat je met je onderzoek kon aanrichten?' 'Als ik wist wat ik deed, heette het geen onderzoek,' zei Einstein eigenwijs terug. 'Maar na de Tweede Wereldoorlog zijn er in de vaart der volkeren nieuwe machtsverhoudingen ontstaan.' 'Amerika en Rusland zeker.' 'Ja, klopt. Nu kreeg ook Rusland de atoomtechniek in handen en er ontstond een wapenwedloop tussen de twee grootmachten. Beide partijen beschikken inmiddels over een zeer groot arsenaal aan kernwapens, genoeg om de wereld meer dan tien keer te vernietigen. Bovendien hebben beide leiders een zogenoemde rode knop binnen handbereik. Eén druk erop en alle kernwapens worden onmiddellijk op elkaar afgeschoten.' 'Hoe meer invloed men op het leven heeft, des te groter is de verantwoordelijkheid,' vond Michel. 'Peper me dat nog maar eens in, ik voel me al zo schuldig. Maar toen ik eenmaal reputatie had verworven, heb ik me voor wereldwijde ontwapening en gelijke rechten voor iedereen ingezet. Helaas tevergeefs, want vlak na mijn dood kregen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie een fikse ruzie over Cuba en nu staan ze op het punt elkaar te vernietigen,' en de atoomgeleerde frummelde zenuwachtig aan zijn snor. 'Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, ook al is men helderziend,' probeerde Michel hem op te beuren. 'Maar wie zijn de leiders van die grootmachten?' 'Eh, dat is president Roosevelt voor de VS en Stalin voor de USSR. Ik was zelfs goed bevriend met Roosevelt en...' 'Nee, ik bedoel tijdens dat conflict, toen jij niet meer leefde.' 'Oh, na mij. Dan zijn het John F. Kennedy en Nikita Chroesjtsjov. Zij zullen bepalen of er een Derde Wereldoorlog gaat uitbreken, en als dat gebeurt, zal er in een Vierde Wereldoorlog met stokken en stenen worden gevochten.' 'Heb je die twee leiders nog persoonlijk gekend?' 'Wel, ik heb Kennedy een keer in het Witte Huis mogen ontmoeten, maar dat was vlak voordat hij president werd. Ik had toen namelijk vrije toegang tot het Witte Huis, maar kennen doe ik hem niet. De Russische bevelhebber heb ik nooit ontmoet.' 'Het Witte Huis, wat is dat?' 'Daar zetelt de Amerikaanse regering. De Russische tegenhanger is het Kremlin. Als je wilt breng ik je naar het eerste toe?' Michel was verrast door dit ongewone voorstel en moest even de mogelijke consequenties overdenken. 'Goed, als jij de weg weet,' zei hij uiteindelijk. 'Mijn herinneringen zijn nog levendig, kom maar mee,' zei Albert weer monter en hij trok hem mee naar de trap. De kinderen sliepen als rozen op de tussenverdieping en merkten niets van de wetenschappers die afdaalden. 'Heb je een vliegmachine klaarstaan of zo?' fluisterde Michel, die zijn kroost niet wakker wilde maken. 'Is niet nodig,' zei de ander zachtjes terug. Ze bereikten de begane grond, waar Anne bij een kaars een stapel papieren aan het doornemen was. 'Ben jij dat?' vroeg ze waakzaam. 'Ja schat, ik ga even een ommetje maken, ben zo terug.' 'Leuke vrouw heb je.' 'Dank je wel, Albert.' 'Tegen wie praat je nou in vredesnaam?' vroeg Anne, die de natuurkundige niet kon waarnemen. 'Een collega,' antwoordde haar man. Ze liet haar zweverige echtgenoot maar met rust, want die zag vaker spoken. Einstein liep zelfbewust door en de andere geleerde werd des te nieuwsgieriger waar hij naartoe geleid zou worden. 'We gaan nog een verdieping lager,' maakte Albert kenbaar en ze daalden de trap af naar de donkere kelder, waar ze op de tast verder gingen. 'Hier is alleen wijn te vinden,' stribbelde de huiseigenaar tegen. 'Vertrouw me nu maar...' en stapvoets bewogen de twee zich voort. 'Ik zie geen zier, ik had beter een licht mee kunnen nemen,' sputterde Michel nogmaals, toen de kelder opeens in een verlichte gang met rood tapijt veranderde. Doelgericht betrad de atoomgeleerde de gang met witte muren en prompt kwam er iemand vanuit een zijgang tevoorschijn. 'Iemand van de staf,' zei Albert, die zich gedroeg alsof hij hier thuis was. 'Hello mister Einstein,' begroette de functionaris hem toen ze elkaar passeerden. Albert hield hem aan. 'Weet u waar ik de president kan vinden?' 'Ik geloof dat hij aan het oefenen is in het zwembad. Gaat u rechtdoor, aan het einde links en...' 'Ja, ja, ik weet wel waar het is,' onderbrak Einstein hem en de twee geleerden liepen door. 'Jou zien ze niet, het zijn kippen zonder kop,' zei hij tegen Michel, terwijl ze de hoek omsloegen, en al snel kwamen ze in het overdekte zwembad, waar een badmeester bezig was met onderhoud. 'Is de president hier niet?' vroeg Albert aan hem. 'Nee, die is zojuist naar het Oval Office gegaan,' waarop het duo zich subiet omkeerde. 'Laten we de lift nemen, we moeten naar de tweede,' zei Albert. Een mechanische cabine bracht hen naar boven, waar de wetenschappers weer uitstapten. Bij een van de gesloten deuren klopte de atoomgeleerde aan en wachtte een ogenblik. 'Kom maar binnen,' riep iemand, waarop Einstein de deur opende, die toegang verschafte tot een ovaal kantoor. 'Hi Albert, kom je me weer eens opzoeken?' vroeg een man in een rolstoel. 'Ja Theodore, ik kom eens even bij je neuzen.' 'Ik dacht dat je me naar president Kennedy zou brengen,' merkte Michel aan. 'Heb nog even geduld,' suste zijn collega en ze bekeken intussen het fraaie kantoor, terwijl Theodore niets meer van zich liet horen. Alsof hij uitgeschakeld was. 'Waarom is het hier eigenlijk ovaal?' vroeg Michel. 'Omdat je dan gedurende de vergaderingen iedereen in de ogen kunt kijken,' antwoordde Albert. 'Je bent een grapjas.' 'Nee, serieus! Kijk, daar komt Kennedy al tevoorschijn.' De man in de rolstoel was naar andere sferen vervlogen en daarvoor in de plaats stond nu een knappe man van middelbare leeftijd. Michel zwaaide met zijn vlakke hand pal voor het gezicht van de president, maar er volgde geen enkele reactie. 'Mij ziet hij ook niet,' gaf Einstein aan. Kennedy zag er bleek uit en had dikke wallen onder zijn ogen. 'Gewoonlijk heeft hij een enorm charisma,' hernam Albert, die op de ernst van de situatie doelde. 'Max, je komt als geroepen,' zei de president plotseling tegen Nostradamus, die ervan stond te kijken. 'Max is zijn persoonlijke arts,' legde zijn vriend hem uit, 'deze rol is op je lijf geschreven.' 'Op mijn lijf geschreven?' 'Speel nou maar gewoon mee. En eh, sterkte!' Toen loste Einstein in het niets op. Nou moe, laat ik me voor zijn karretje spannen, klaagde de achterblijver, die de president maar een hand gaf. 'Max, je moet me op de been houden. Ik heb zo'n last van mijn rug,' vervolgde de excellentie. Zijn stem klonk vermoeid en zwaarmoedig zette hij zich op een bank in het midden van het kantoor neer. Michel ging als luisterend oor naast hem zitten. 'Ik heb meer van die pillen nodig, Max. Het uiterste wordt van me geëist. Rusland plaatst meer en meer kernraketten op Cuba. De situatie loopt zo uit de hand.' 'Eh, ik heb geen pillen,' stamelde de middeleeuwer. 'Een injectie is ook goed. Hè, dat klote korset zit weer scheef.' Nostradamus zat onbedoeld zijn ziel te knijpen en de president luchtte zijn hart verder. 'Chroesjtsjov loopt over me heen. De Rus ziet me als een zwakke leider. Wellicht is 't nog waar ook. Ik heb niet duidelijk genoeg stelling genomen in een aantal belangrijke kwesties. Zijn communistische bondgenoten zien me ook al voor een eitje aan,' en zijn hoofd zakte moedeloos voorover. 'Geef me wat, Max, ik moet het volhouden,' smeekte hij weer. 'Kernraketten die van zo dichtbij op de Verenigde Staten gericht staan, kunnen we nooit accepteren. Ik heb alle diplomaten op de Russische bevelhebber afgestuurd om hem hiervan te overtuigen, maar tevergeefs.' Kennedy keek wezenloos voor zich uit en stortte eensklaps in elkaar. De ruime bank ving hem op en hij bleef roerloos liggen. Bij het bureau was een pieptoon te horen en Michel liep er nieuwsgierig naartoe. 'Mijnheer de president,' klonk er uit een luidspreker, 'Chroesjtsjov voor u aan de lijn.' Aandachtig luisterde hij toe. 'Hallo mijnheer Kennedy, u maakt zich zorgen over onze verdedigingswapens op meer dan negentig mijlen uit de kust van Amerika? Mag ik u er dan op wijzen dat uw aanvalswapens in Turkije tegen ons grondgebied staan opgesteld.' De ziener slaakte een diepe zucht. 'Bent u soms van mening,' ging de Rus verder, 'dat u het alleenrecht hebt om veiligheid te verlangen voor uw land?' 'Ik ben niet wie u denkt,' zei Michel maar, maar zijn woorden vonden geen weerklank. 'Ik stel daarom het volgende voor,' sprak Chroesjtsjov onbereikbaar. 'Wij zijn bereid onze raketten uit Cuba weg te halen en een belofte af te leggen bij de Verenigde Naties. U dient dan soortgelijke wapens uit Turkije weg te halen en een zelfde verklaring af te leggen. Gaat u daarmee akkoord?' Plotseling werd er op de toegangsdeur van het Oval Office geklopt en de geschrokken geleerde veroorzaakte magnetische storing bij het bedieningspaneel, waardoor de verbinding met de Rus verbroken werd. Vice-president Johnsen en andere topfunctionarissen betraden het kantoor. Ze schrokken zich rot toen ze hun leider levenloos op de bank zagen liggen en snelden ernaartoe. 'Hij leeft nog,' zei Johnsen opgelucht, die zijn hartslag controleerde. 'Hij is de laatste weken al vaker ingestort,' sipte een minister. 'Ik zal Max Jacobsen oproepen,' stelde de generaal voor. 'Is dat wel een goed idee?' vroeg Johnsen. 'Je weet wat er in de wandelgangen over hem wordt gezegd: dokter Feelgood.' 'De president wil geen andere arts,' meende de generaal en ze besloten dan maar Jacobsen te alarmeren, die in de westelijk vleugel verbleef. De lijfarts kwam spoedig binnengerend en onderzocht zijn baas. 'Hij is door een tekort aan de nodige stoffen flauwgevallen,' diagnostiseerde hij snel. Vervolgens stroopte hij een mouw van de president op en injecteerde hem. En zowaar, zag Nostradamus met verbazing aan, na toediening kwam John F. Kennedy langzaam maar zeker bij. 'Dank je wel, Max, jij steunt me altijd door dik en dun,' prevelde zijn baas, die met de nodige moeite rechtop kwam zitten. 'Mijnheer de president, we willen u niet onnodig lastig vallen,' zei de generaal zenuwachtig, 'maar we hebben uiterst belangrijk nieuws.' 'Vertel maar,' antwoordde John nog suf. 'Wel, op nieuwe foto's is duidelijk te zien dat de plaatsing van Russische raketten op Cuba gewoon doorgaat. De hele legertop vindt dat we de Russen een lesje moeten leren en tot de aanval over moeten gaan.' Bij de ingang van de zaal verscheen iemand van de staf. 'Mijnheer de president,' riep de medewerker, 'de heer Soekarno is aanwezig. Kan ik hem doorsturen?' Kennedy stemde toe en sprak gehaast tot zijn collega's. 'Er is nog één bemiddelaar die ik kans van slagen geef en dat is de president van de Republiek Indonesië, die nauw contact heeft met de Russische bevelhebber.' Soekarno kwam binnen en de Amerikanen heetten hem welkom. 'Gaat u toch zitten,' verzocht Kennedy hem, maar Soekarno weigerde en begon te agiteren. 'Na het incident met uw vliegtuig de B-25 verdenk ik de Amerikaanse regering ervan mij ten val te willen brengen en omdat ik de mogelijkheid hoog inschat dat hier afluisterapparatuur aanwezig is, verzoek ik de president ons gesprek in zijn slaapkamer te laten plaatsvinden.' De generaal nam zijn baas ter zijde. 'Onze inlichtingendienst waarschuwt voor een mogelijke moordaanslag op u,' fluisterde hij hem in. 'In mijn slaapkamer? En door hem? Nee... Bovendien wil ik mijn vrijheid niet verliezen,' zei Kennedy beslist, die vervolgens met Soekarno het kantoor verliet. Michel volgde de twee presidenten, die de lift namen naar het hoger gelegen slaapvertrek. Daar aangekomen hervatten de leiders hun weg, maar hun achtervolger vergat op tijd uit de cabine te springen. De liftdeuren gleden te rap dicht en hij werd naar de kelder gebracht, waar de deuren zich wederom vanzelf openden. Onkundig met de bediening van dit transportmiddel stapte hij eruit en geraakte opnieuw in de gang met het rode tapijt. Laat ik maar naar huis gaan, dacht Michel, die er de brui aan gaf. Hij nam dezelfde route terug en het werd weer donker. Na verloop van tijd scheen er een lichtstraaltje, en wel op zijn eigen keldertrap. In mineur stommelde hij naar boven. 'Ben jij daar?' vroeg Anne, nog steeds met papieren in de hand. Zwijgzaam sjokte hij naar zijn vrouw en ging bij haar aan tafel zitten. 'Waar is je collega?' plaagde ze, terwijl ze afbeeldingen van kruiden aan het bekijken was. Volledig in zichzelf gekeerd plaatste hij zuchtend zijn ellebogen op tafel. 'Gaat het wel goed met je?' vroeg ze door. 'Anne, soms denk ik dat ik krankzinnig word,' sprak hij eindelijk. 'Wat heb je nu weer meegemaakt?' 'De wereld staat op springen in de toekomst. Het is me allemaal te veel aan het worden.' 'Kom eens hier,' verzocht ze, waarop hij op zijn hurken zijn hoofd op haar schoot neerlegde. Anne streelde hem zachtjes door zijn overgebleven haar. 'Ik voel me zo verantwoordelijk voor het lot van de mensheid,' klaagde hij. 'Mijn levenspad loopt door de hel.' 'Je bent bijzonder,' zei ze bemoedigend. 'Anne, wil je voortaan de deur niet meer opendoen voor al die zielenpoten die om de haverklap hulp vragen? Het groeit me boven het hoofd.' 'Afgesproken, maar laten we nu gaan slapen. Morgen is er weer een nieuwe dag,' en ze gingen naar bed. De depressie van Michel luidde een nieuwe jicht-aanval in. Het was een domper van jewelste en hij moest een maand lang in bed blijven. Zijn vrouw beantwoordde in de tussentijd stapels brieven met verzoeken tot horoscopen of adviezen tegen ziekten voor lieden tot ver in het buitenland. Af en toe zaten er taaie verhandelingen van wetenschappers tussen, met wie haar man polemiek voerde, en die liet ze links liggen. Meestal voldeed een standaardboodschap in het Frans met de mededeling dat de doctor door bijzondere omstandigheden niet in staat was de brief zelf te beantwoorden. 'Ik zal binnenkort een klerk zoeken die de correspondentie moet gaan voeren,' beloofde haar man, die met veel pijn in de bedstee lag. 'Dat is ook hard nodig,' gaf Anne doorgedraaid aan. André en Diane kwamen tevoorschijn en sprongen op het bed. 'Jongens, laat je zieke vader met rust,' sommeerde moeder chagrijnig en ze trok de gordijnen dicht, die de kamer van de andere ruimtes afscheidde. 'Het spijt me dat je het door mij zo zwaar hebt,' verontschuldigde haar man zich. 'Dat lost zich wel weer op,' zei Anne, die op de bedrand ging zitten. 'Maar er is iets vreemds aan de hand. Die grote zak nootmuskaat is alweer op!' Hij ging er niet op in en keerde zich onder het mom van pijn van haar af. 'Hé, dat billijk ik niet, ik wil weten wat je ermee doet?' vroeg ze gemeend, maar hij gaf geen krimp. 'Waarom doe je zo geheimzinnig?' hekelde ze. 'Gewoon voor bepaalde experimenten,' antwoordde hij, maar ze wilde precies weten wat hij ermee deed en hield voet bij stuk. Uiteindelijk gaf hij zich gewonnen. 'Oké, ik inhaleer het,' biechtte hij op. 'Waarom dan in godsnaam?' 'Ik snuif het, omdat het mijn zintuig van de verbeelding prikkelt,' legde hij uit. Annes gelaat veranderde opeens in ijs. 'Ik weiger nog langer te werken voor een verslaafde,' zei ze opeens. 'Verslaafde?' reageerde Michel als een gebeten hond en hij draaide zich naar haar om. 'Dit is de druppel die de emmer doet overlopen,' ging ze verder. 'Waar heb je het over lieveling?' en hij kwam kreunend overeind. 'Wij lopen allemaal op eieren in dit huis voor jou!' 'Hè, ik dacht dat alles goed ging?' mompelde hij. 'Dat dacht je ja, maar het gaat helemaal niet goed. Je ziet en voelt alles, behalve je eigen familie. Alles draait om jou en nu komt dit erbij.' Hij liet haar stoom afblazen. 'En die eeuwige beheersing van je,' verweet ze hem, 'nóóit laat je je eens gaan. Sla me dan tenminste eens een keer,' en ze duwde hem spottend terug in bed. 'Temper je een beetje,' verzocht hij, 'de kinderen worden nog bang.' 'Die zijn altijd al bang,' schreeuwde ze, opdat ze het juist goed konden horen. Hij kon geen goed woord meer zeggen en zei dus maar niks. 'We hebben ook nooit normaal seks,' ratelde ze door. 'Ik dacht dat joden goed in bed waren, maar jij lijkt meer op een heiligenbeeld. Kom toch gewoon eens klaar, man, zoals iedere vent!' en ze liep woest weg. Michel kroop uit bed en hinkte haar achterna. 'Zo, mijnheer kan nu ineens wel lopen. Heb ik me dus voor een aansteller uit de naad gewerkt. Ik wil je nooit meer zien,' en stampvoetend ging ze naar beneden en ze sloeg de tussendeur zo hard dicht dat het huis in al zijn voegen trilde. 'Ze heeft gelijk, ik ben verslaafd,' erkende hij. 'Ik wil te graag toekomstbeelden opvangen en ben om die reden misschien wel ongevoelig geworden. Ik zal er voortaan vanaf blijven,' en hij kroop weer onder de wollen dekens. De ruzie duurde maar voort en Nostradamus werd gedwongen zijn brieven zelf te beantwoorden, zijn doorgaans pronte vrouw vertikte het nog iets voor hem te doen. Ze deed zelfs helemaal niets meer. Gelukkig waren de kinderen groot genoeg om zichzelf te bedruipen. Nog nakwakkelend van de jicht-aanval schreef hij een brief aan Jean Dorat, een van zijn bewonderaars in Parijs. Misschien had deze gerenommeerde leraar in de scholastiek een goede leerling die hem zou kunnen bijstaan. Zijn vrouw had zich ondertussen in het tuinhuis teruggetrokken en de echtelieden ontweken elkaar wekenlang. Totdat er op een avond onverwachts op de voordeur werd gebonsd. Weer zo'n wanhopige, dacht de herstelde geleerde, die naar de entree slofte. 'Alsjeblieft laat me met rust!' riep hij, maar er werd opnieuw gerammeld en hij deed mopperend open. 'Mankeert er iets aan je oren of zo?' en hij keek de vermeende hulpbehoevende strak aan. 'Mijn hemel, dit kan niet waar zijn!' stootte hij vol ongeloof uit. De geest van François Rabelais, zijn studievriend van weleer, was voor hem verschenen. 'Bij Jupiter, de duivel houdt me voor de gek,' sprak Michel bezwerend uit. 'Rustig, rustig, ik ben het echt,' kalmeerde François hem. 'Ik dacht dat je mijn komst wel zou voorvoelen, maar blijkbaar niet. Kom ik ongelegen?' 'Eh, natuurlijk niet, of misschien wel. Ik zit in een huwelijkscrisis, maar kom binnen,' en ze zoenden elkaar. 'Wellicht ben ik hier om je te helpen,' suggereerde François toen ze de huiskamer binnenliepen, en ze namen bij de haard plaats. 'Hoe ben je hier verzeild geraakt?' vroeg Michel. 'Je was toch lijfarts van de onderkoning van Piemonte.' 'Was ja, maar ik werk sinds kort voor de paus in Avignon. Waar is je vrouw?' 'Die zit in het tuinhuis,' antwoordde hij meteen bedrukt. 'Nog kinderen?' 'Zes, ze liggen allemaal te slapen.' 'Ik heb een enorme dorst. Heb je iets om het te lenigen?' vroeg François, waarop zijn oude studievriend zich naar de keuken begaf. Toen hij met bier terugkwam, was Rabelais plotseling verdwenen. Heb ik dan toch schade in de geest opgelopen? vroeg hij zich ernstig af, maar hij hoorde onbekend gestommel in de tuin en begreep dat het geen zinsbegoocheling was geweest; François probeerde zijn vrouw over te halen. 'Zo, mijn echtgenoot heeft een bemiddelaar op me afgestuurd,' sneerde Anne, toen de vreemdeling haar geïmproviseerde woonruimte betrad. 'U hebt het mis. Ik kreeg een ingeving dat mijn vriend in zwaar weer zat en kom op de bonnefooi langs,' antwoordde hij. 'Nog een helderziende in huis,' zei ze schamper. 'U spreekt wel tegen de afgezant van de paus!' 'Al ben je de paus in eigen persoon, aanmatigende eikel,' en ze werkte hem het tuinhuis weer uit. 'Hoe kom je aan zo'n vrouw?' vroeg François met rode oortjes, toen hij in de woonkamer was teruggekeerd. 'Gevonden tussen de wilde paarden,' bromde Michel. 'Is dit weer een van je obscure versregels?' Maar de astroloog schudde van nee. 'Dat verklaart een hoop,' hernam François, 'maar laat me je eens bekijken. We hebben elkaar in tijden niet gezien,' en ze aanschouwden elkaar. 'Jij hebt al je haar nog op je hoofd,' zei Michel. 'Ja, dat groeit nog met de dag, en jij ziet er weer geweldig uit voor je leeftijd.' 'Dank je, je ogen en tong zijn nog immer scherp. Hier is je bier,' en ze gingen weer bij de haard zitten. 'Onvoorstelbaar dat uitgerekend jij, een vrijzinnige kathaar, voor de paus gaat werken,' zei Michel. 'Waarom niet? Je vriend is vijand, hoewel ik volledig achter paus Pius IV sta. Hij is een integere kerkvorst en de ellende ontstaat pas op lager niveau.' 'Wat voor kerkelijke functie vervul je dan?' 'Ik onderzoek voor de paus in het geheim de inquisiteurs en bisschoppen op zuivere toepassing van de leer,' vertelde François. 'Goede genade, in het hol van de leeuw...' 'Ja, het leven dient op het scherp van de snede geleefd te worden.' 'Daar geef ik je groot gelijk in,' zei Michel. 'Leef je dan ook volgens het celibaat?' 'Zeker, als ik een gezin verkoos, zou ik een ander beroep moeten kiezen. Maar ook jij hebt ongetwijfeld vijanden.' Anne kwam onvoorzien binnenlopen en de mannen keken nieuwsgierig naar haar gemoedstoestand. 'Het spijt me dat ik u zo grof bejegend heb,' verontschuldigde ze zich. 'Is al goed. Kom er toch bij zitten,' verzocht de ongenode gast, en ze pakte een stoel. 'François is een oude studiegenoot van me. Na mijn zwerfperiode zijn we elkaar uit het oog verloren,' legde haar man schuw uit. Maar Anne gunde hem geen blik waardig en keek slechts naar de kerkelijke bezoeker. 'Dit is dus de vrouw die weerstand moet bieden aan de grootmeester,' prikkelde Rabelais haar. 'Grootmeester?' herhaalde ze verontwaardigd. 'Vorige week zat z'n baard nog tussen de huisdeur, die in het slot was gevallen. Iedere voorbijganger had alle tijd om hem een pak op z'n broek te geven.' François moest er zó uitbundig om lachen dat het bijna eng werd. 'Je man is geniaal als het gaat om de zielenroerselen van de mens, maar op aarde is hij als ieder ander af en toe een sukkel,' zei hij bekomen van de pret. Anne liet zich echter niet van de wijs brengen. 'Ik weet best dat hij door zijn publicaties overal beroemd is,' erkende ze, 'maar ik ben nog niet zeker van zijn grootsheid. Een jaar geleden zag hij de burgemeester nog voor een schim aan en liep er faliekant tegenop.' François moest weer lachen. 'Hoe zal ik het uitleggen? Help me eens, Michel.' 'Ik probeer alles zo veel mogelijk te laten wat het is,' antwoordde deze onwezenlijk. 'Hij hult zich ook altijd in nevelen en vertelt nooit wat over zijn innerlijke wereld, net een oester,' voegde ze eraan toe. 'Je man is inderdaad erg zwijgzaam en mijn tong zit daarentegen erg los, maar spreken is zilver en zwijgen is goud.' Anne was nog niet overtuigd. 'Het goede en kwade zijn in ieder mens verenigd,' ging François verder met zijn betoog, 'en je echtgenoot weet dat als geen ander.' 'Nou, dat weet ik ook wel, hoor. Ik toon dikwijls mijn boosheid. Hij niet.' 'Als je man echt kwaad wordt, vergaat de hele wereld,' beweerde François, 'daarom moet hij uiterst voorzichtig met daden én woorden omgaan. Het is een kwestie van bewustzijn en je man is een ongekend krachtige portie toebedeeld.' 'Dus als Michel kwaad op mij wordt, kan ik het wel schudden?' 'Een gemiddeld mens kan bij een ruzie met hem terstond dood vallen of een ernstige ziekte oplopen, maar jij bent een sterke vrouw die wel tegen een stootje kan. Je bent Plato.' 'Plato? Vergelijk je me met die Griekse filosoof?' vroeg ze aarzelend. 'Het is naast een filosoof ook het Griekse woord voor breedgeschouderd,' kwam Michel tussenbeide. 'Dan snap ik het. Ik ben sterk genoeg om mijn man aan te kunnen,' en zo was er eindelijk weer contact tussen de echtelieden. 'Jazeker, maar vooral omdat hij met uiterste discipline zijn zinnen weet te beheersen. Want hoe groter de geest, hoe groter het beest,' sprak Rabelais wijs. 'Je praat wel met heel veel lof over mijn man,' zei ze nog achterdochtig, 'maar als ik het goed begrijp, mag hij zich juist niet laten gaan?' 'Inderdaad, dat kan hij zich niet permitteren. Zelfs een gemakzuchtige gedachtegang kan al rampzalig uitpakken. Gedachten zijn namelijk krachten.' 'Leg eens uit?' vroeg ze nieuwsgierig. 'Kijk eens naar de stoel waar je op zit, die bestaat niet zomaar. Eerst moet er een gedachte of een beeld van een stoel zijn, dan pas volgt de materie. In dit geval is dat het hout in de handen van de timmerman.' 'Zo lijkt het wel op een voorspelling die uitkomt,' vergeleek ze. 'Hoor eens, Michel. Je vrouw bezit verborgen kennis.' 'Als hij zijn kennis nou eerder met me had gedeeld, dan hadden we nu geen crisis.' 'Ja, misschien moet je beter met je vrouw communiceren,' zei François tegen zijn maat. 'Dat begin ik nu ook in te zien,' gaf Michel toe. De huwelijkscrisis liep op haar einde en ze dronken er naderhand een biertje op. 'Ik ga jullie verlaten, vrienden,' kondigde François ten slotte aan. 'Je kan hier blijven slapen,' stelde Anne voor. 'Nee, dank je wel, ik logeer in de Zwaan.' 'Voordat je weggaat, wil ik je boven nog iets bijzonders laten zien,' zei Michel. 'Oké, maar eerst even een toiletbezoek,' gaf François aan, waarop de ziener alvast naar zijn werkkamer liep. Toen Anne de gast het toilet in de tuin aanwees, fluisterde hij haar iets in het oor: 'Anne, je man is bijna verlicht. Probeer hem in je hart los te laten. Alleen het individu kan tot grote hoogte stijgen en God heeft het lief.' En zonder een reactie af te wachten liep hij weg. De gewichtige woorden drongen langzaam tot haar door en ze begreep nu dat ze een belangrijke taak te vervullen had. Op zolder stond Michel bij de gebroken tegel met de slang op zijn vriend te wachten. 'Dit zal je wel iets zeggen,' zei hij toen deze boven was. 'Jezus, een gedeelte van het mozaïek met Magdalena van de Montségur,' reageerde François verrast en hij pakte de eeuwenoude tegel behoedzaam op. 'Hij komt daar niet vandaan, maar uit La Roque bij de Durance.' 'Wees er in ieder geval zuinig op, maar ik moet nu gaan,' en hij legde de tegel weer terug. De twee namen broederlijk afscheid van elkaar. 'Pas op dat je niet wordt vermoord,' waarschuwde Michel nog, toen ze de trap afliepen. 'En pas jij op dat je niet van de jakobsladder af dondert,' antwoordde zijn vriend jolig, die beneden ook Anne gedag zei. Bij de voordeur wisselden de mannen een laatste woord. 'Nog bedankt François, en we houden contact.' 'Dat laatste beloofde je veertig jaar geleden ook al,' antwoordde zijn engelbewaarder, die zijn hielen al had gelicht. Onverbeterlijk, die Rabelais, glimlachte Michel, die hem meewarig nakeek. De volgende morgen arriveerde ene Christophe de Chavigny in het station van Salon de Provence. Hij deed navraag naar het huis van de profeet. Zijn verzoek werd meteen ingewilligd, omdat er velen waren die de jongeman uit Parijs ernaartoe wilden brengen, in de hoop een glimp van hun mythische stadsgenoot op te vangen. De met lof afgestudeerde leerling van Jean Dorat wilde zich graag bij de grootmeester verder ontwikkelen, en het was de slager die hem met zijn wagen voor de deur afzette. Met een zak lamskoteletten in de hand meldde de leerling met de wipneus zich aan. 'Ha, mijn redding uit Parijs,' verwelkomde Nostradamus hem, en omdat het huis zogenaamd te klein was, stuurde hij zijn hulp zonder koteletten naar een gilde om er te overnachten. Eerst maar eens zien wat voor vlees er in die zak zit, vond Michel. Christophe bleek een ware discipel te zijn en had geen woord te veel nodig, razendsnel vatte hij wat zijn meester van hem verlangde. Hij voerde met zo'n enorme toewijding opdrachten uit dat zijn baas er soms niet goed van werd. De jonge Parijzenaar kende verder alle nieuwe filosofische stromingen, waaronder het rationele denken, en was evengoed in klassieke talen onderlegd. Anne had ondertussen een nieuw bureau voor de klerk geregeld en dat van haar man werd in de huiskamer gezet. Na een maand moest de geleerde onderkennen dat de aanwezigheid van De Chavigny een zegen voor hem was. De correspondentie is nog nooit zo op orde geweest, constateerde hij blij. Hij was inmiddels oud geworden en maakte zich zorgen dat hij De Profetieën niet zou kunnen voltooien. Maar nu bleef er tijd genoeg over om niet te verzaken. Hij had zich al eerder aangeleerd om slechts vier of vijf uren per nacht te slapen, maar dat was vooral omdat een wakkere toestand de beste manier was om je naar gene zijde te begeven. Die avond was de pennenlikker gelukkig weer naar zijn eigen kot gegaan, een paar straten verderop, en de kinderen lagen allemaal op één oor. Voor de zekerheid sloot de ziener toch zijn kamer af. Laat ik eens van techniek wisselen, zei hij tegen zichzelf en hij haalde opnieuw het koperen krukje tevoorschijn. Het stoeltje waarvan de hoek van de poten gelijk was aan de helling van de zijden van de piramides in Egypte. Van de nootmuskaat en de hallucinerende olieën blijf ik voortaan af, nam hij zich voor, ik mag niet gek worden, en hij begon naast het stoeltje te neuriën. 'Nee, dat gaat niet lekker,' mompelde hij en hij gaf vervolgens de voorkeur aan het meditatiebed. Hoofdstuk 10 De twee grote leiders raken bevriend Hun enorme macht zal toenemen Het nieuwe land nadert zijn hoogtepunt De roden zijn uitgeteld Midden in de nacht vloog de vorser der hemelen boven een nieuwerwetse stad, waar paardeloze koetsen met lantaarns op kop en staart rondreden. Hij daalde af om het wonder van dichtbij te beschouwen en waarde langs straten en pleinen, die rijkelijk verlicht waren. Een tijdje later doemde er een machtig gebouw op, dat hij meende te herkennen. Dit moet de Rijksdag zijn, waaronder Hister zelfmoord heeft gepleegd, bevroedde hij. Zijn vermoeden werd bevestigd door een monument, dat ervoor stond. Berlijn was indrukwekkend hersteld van het enorme oorlogsgeweld, dat indertijd grote puinhopen had achtergelaten. Dwars door de verlichte stad liep een rivier en hij besloot het stromende water te volgen, dat hem bij een kerkhof bracht, waar iemand langs de waterkant sukkelde. Een verwaarloosde man duwde een karretje met rommel voor zich uit. Doodlopend spoor, dacht Michel en hij liet het voor wat het was. Hij steeg weer op, maakte een scherpe bocht en vloog terug naar de Potsdamer Platz. Vliegen als een vogel is waarlijk een genot, stelde hij en als een jonge god sloeg hij zijn vleugels uit. Op het weidse plein stond een statige poort met bovenop een Griekse strijdwagen en stoutmoedig scheerde hij eronderdoor. Toen hij de poort was gepasseerd, botste hij pardoes op een of ander elektrisch veld en door de opdoffer kukelde hij op de grond. Hoogmoed komt voor de val, laakte hij zijn lichtzinnige gedrag, en versuft probeerde hij te achterhalen wat hem was overkomen. Nauwgezet onderzocht hij het luchtruim, maar er was niets te zien. De gevallen geest stond weer op en testte zijn vliegvermogen uit. Gelukkig nog intact, dacht hij opgelucht, maar waar ben ik dan toch tegenop gekomen? Nieuwsgierig begaf hij zich naar de plek des onheils en zocht de omgeving van nabij af. 'Er moet iets zijn,' mompelde hij en ongedacht raakte zijn hand een spanningsveld, waar opeens een blauw vlak tevoorschijn kwam. Drommels, de toekomst blijft verrassen, en voorzichtig wandelde hij langs het magnetische veld, dat telkens kortsloot als hij het aanraakte. Het bleek een onzichtbare muur te zijn, die de stad in twee parten deelde. Het was hem een raadsel waartoe het diende, maar hij wilde het per se weten. De stadsbewoners moeten hier meer vanaf weten, en benieuwd ging hij op jacht naar een willekeurige passant. Hoog boven de stad ontdekte hij dezelfde zwerver met zijn karretje. En omdat het de enige levende ziel in de omgeving was, dook hij erop af. 'Ho gij,' riep hij, maar de Berlijner met zijn scheve hoed hoorde hem niet en kuierde door. De geest daalde nu frontaal voor hem neer, maar de man liep nog steeds onverstoorbaar verder. Die ziet en hoort mij niet, begreep Michel en hij beraadslaagde hoe hij zijn aandacht moest trekken. Het ging erom de juiste snaar te raken. 'Hé Napoleon,' probeerde hij uit. Dit was direct een schot in de roos, want de zwerver stopte abrupt. 'Vriend of vijand?' wilde deze weten. 'Vriend!' 'Hè hè, eindelijk weer eens een landgenoot. Wat voor rang heb je?' zei de sloeber, die een tik van de malle molen moest hebben gekregen. 'Maarschalk,' speelde Michel mee. 'Heb ik u geen opdracht gegeven Rusland aan te vallen?' 'Jazeker, maar Moskou is inmiddels veroverd.' 'Prima, dan heb ik mijn handen weer vrij voor deze kar met spullen,' en hij wilde weer verder lopen. 'Weet u misschien waarom die elektrische muur door Berlijn loopt?' hield de maarschalk hem staande. 'Ben je een beetje gek of zo? Er wás een muur, van steen, maar die hebben mijn dappere mannen niet lang geleden afgebroken. Ik heb er nog een foto van,' en hij haalde een krantenartikel uit zijn binnenzak. De ziener bekeek het plaatje met de afscheiding die afgebroken werd, en las onderstaande tekst. 'Val Berlijnse Muur (1989). Het is nu precies twee jaar geleden dat het IJzeren Gordijn, de scheiding tussen Oost en West gevallen is. Het herenigde Duitsland zal de val vandaag massaal herdenken met onder meer concerten en discussies. De Muur moest een einde maken aan de stroom vluchtelingen die naar het vrije Westen trok.' Daarom loopt er een magnetisch veld door de stad, vatte hij. Jarenlange frustraties moeten de Muur een geestelijke lading hebben meegegeven. 'Waar zijn die mannen van jou?' vroeg hij vervolgens. 'Ik weet niet waar ze zijn, ze hebben me verbannen, maar ik kan je wel aanwijzen waar ze zich ophouden.' 'Laat die plek maar eens zien,' verzocht Michel, die wilde achterhalen hoe het conflict was opgelost. Terwijl de zwerver zijn wagentje weer vooruit duwde, begaf het paar zich naar het oostelijke deel van de stad. Na de Alexanderplatz overgestoken te hebben, hield de man halt voor een groot, lomp gebouw. 'Dit is het, het vroegere Politbureau, waar ik ooit de scepter heb gezwaaid. Je moet het binnen maar eens navragen.' 'Zal ik zeker doen,' zei Nostradamus, die hem een frank gaf en vervolgens naar de entree liep. 'Nay, Pau, Leon, meer vuur dan bloed,' riep de zwerver hem na. De ziener draaide zich verbaasd om na het horen van zijn eigen versregel in foute volgorde. Maar het vizier van de man was naar voren gericht en iets verderop schopte hij balorig tegen een lantaarnpaal, die prompt uitging. Verhip, mijn verzen worden nog populair in de toekomst, en verheugd trad Michel het vervallen gebouw binnen. Na de entree was er een mistroostige zaal, waar niemand aanwezig was, en hij besloot de marmeren trap naar boven te nemen. Waar zijn die dappere kerels toch, waarover hij sprak? Boven gloorde er hoop, want hij zag een paar mannen die met iets bezig waren. Het bleken slechts ambtenaren te zijn. Michel liep weer naar de begane grond en net toen hij het voorportaal wilde verlaten, hoorde hij een enorme bedrijvigheid vanuit de grote zaal. Wat is daar opeens aan de hand? En benieuwd stapte hij de ruimte binnen, die als donderslag bij heldere hemel gevuld was met publiek. Ik moet spontaan enkele jaren terug in de tijd zijn beland, veronderstelde hij. Hij mengde zich tussen de aanwezigen en legde zijn oor te luister. Er werd een persconferentie gehouden en honderden journalisten hadden zich voor de hoogste partijleiders van de communistische staat verzameld. Het scheen een unieke gebeurtenis te zijn. 'Waarom al die drukte?' informeerde hij bij een verslaggever, die hem voor een buitenlandse collega aanzag. 'Zelf vragen stellen is tot nu toe verboden geweest,' antwoordde de Oost-Duitser, die met een flitsapparaat in de weer was, 'maar dit keer schijnt Schabowski, onder druk van het volk, een uitzondering te gaan maken. De partij hoopt met meer openheid de steun van het volk te herwinnen.' 'En als dat niet lukt?' 'Als het niet lukt, zal ons land zeker leeglopen, ondanks de kilometers lange muren en hekken,' en hij excuseerde zich en worstelde zich naar voren toe. Intussen stelden zijn collega's allerlei vragen, maar zoals altijd kwam er een standaardreactie, totdat een Franse journalist in gebroken Duits de kern van de zaak raakte. 'Wanneer kunnen uw landgenoten nu vrij naar het Westen reizen?' vroeg hij eenvoudig. De verslaggevers namen zijn vraag amper serieus, omdat Schabowski deze toch wel op een of andere omslachtige wijze zou ontwijken. Maar in het aangezicht van het internationale publiek waande de partijbons zich opeens voor het gerecht en hij sloeg dicht. Hoe moet ik nog langer leugens vertellen? tobde hij, en met het zweet in de handen begon hij onvermoed loslippig te worden. 'Vandaag is, eh, voor zover ik weet een beslissing genomen. En eh, we hebben besloten..., dat uiteindelijk iedere burger de grens over mag.' De menigte reageerde met stomheid geslagen. 'Wanneer treedt deze regel dan in werking?' vroeg een journalist onmiddellijk. Schabowski bladerde willekeurig door zijn papieren en keek vervolgens hulpeloos naar zijn medewerkers, die eveneens met de handen in het haar zaten. 'Dat geldt, voor zover ik weet..., vanaf nu,' verzon hij. Door de klungelige persconferentie twijfelde iedereen of het nu wel waar was, totdat iemand naar buiten rende en zo hard riep als hij kon: 'De grens is open!' Het nieuws ging als een brandend vuurtje door de stad en al snel trokken de Oost-Berlijners massaal naar de Muur om na te gaan of ze wel echt naar West-Berlijn konden. Nostradamus zweefde ondertussen achter de meute aan. Wat één lullig vraagje van mijn kant wel niet kan veroorzaken, dacht hij. Ik moet het lot voortaan wel zijn beloop laten gaan. De Muur bleek nog immer gesloten te zijn en vreedzaam bestormden duizenden mensen de grenswachten, die een lawine van verslaggevers over zich heen kregen. 'Als ik het dus goed begrijp, moet de Muur vandaag nog opengaan?' stamelde het hoofd van de wacht. 'Ja, op bevel van Schabowski,' scandeerde iedereen. De functionaris bleef nog enige tijd op formele instructies wachten, maar bezweek onder de enorme druk en opende de grensovergangen. Het rode leger greep gelukkig niet in. Overdonderd liepen de Oost-Berlijners naar de andere kant van de grens, waar West-Berlijners toestroomden en hen met luid applaus ontvingen. De geest keek vergenoegd toe hoe wildvreemde mensen elkaar onder de Brandenburger Tor omarmden en moesten huilen van blijdschap en ongeloof. Het Berlijnse monument met de Griekse strijdwagen stond al jarenlang in niemandsland en sommigen raakten ontroerd zijn koude zuilen aan. Een van de stadsbewoners paradeerde als een bezetene onder de poort door en riep geëmotioneerd 'Ich bin ein Berliner.' Is dat niet die man van het Witte Huis? dacht Michel, maar hij zat er goed naast, want het was de toekomstige zwerver, die dacht dat hij Napoleon was. De nog niet in verval geraakte man begon iedereen hartstochtelijk te zoenen en ook de ziener kreeg een stevige pakkerd. De grens was nu definitief open en enkele stevige kerels braken de Muur al af. 'Souvenir te koop!' grapte een van hen met een brok steen in de hand. De Franse toeschouwer verliet daarop het volksfeest en keerde opgewekt in de Renaissance terug. Eindelijk eens een leuke afloop, vond hij, terwijl hij in zijn lijf terugkwam. Dit moet ik vaker meemaken, en kwiek sprong hij van het bed af. Het was diep in de nacht en op zijn tenen sloop hij de trap af naar het slaapvertrek. 'Anne,' fluisterde hij, 'slaap je?' 'Ja, ik slaap, maar kom er maar in,' en voorzichtig legde hij zich naast haar te ruste. Een nieuwe dag brak aan en de wind waaide fris door de geopende vensters. Goed uitgeslapen liep de geleerde naar beneden en hij trof zijn vrouw strijkend in de huiskamer aan. 'Je bent laat,' zei Anne, terwijl er een stoomwolk van de plank opsteeg. 'Geen gasten vandaag,' verklaarde hij. 'Moet de huismeid dat niet doen?' 'Die is al twee dagen ziek.' 'Oh, dat is me ontgaan,' mompelde haar man, die tegen het naaikastje aanleunde. 'Vandaag moet ik nog een hoop schrijfwerk met Christophe verrichten, maar morgen zou ik graag weer eens een dagwandeling met je willen maken,' opperde hij. 'Ik kan alleen de dag erop, want morgen komt mijn zus op bezoek.' 'Nou, afgesproken dan,' zei hij, terwijl hij wat met een vingerhoed speelde. 'Wil je dat Jacqueline nog een nieuw gewaad voor je naait?' vroeg ze. 'Ja prima, maar geen zwartkleurige, doe maar weer bruin.' 'Zeg haar dat zelf, dat vindt ze leuk.' 'Doe ik. Ik heb trouwens vannacht nog iets moois meegemaakt,' zei Michel, die zijn best deed om haar wat meer bij zijn belevingswereld te betrekken. 'Het was een soort Jericho, maar dan in Duitsland.' 'Ah, de muren die door het geloof omvallen,' wist Anne en ze plaatste het ijzer rechtop. 'Ja, maar niet door een geloof in God maar in vrijheid,' verduidelijkte hij. 'Klinkt niet verkeerd,' en ze begon het volgende kledingstuk te strijken, terwijl hij de naden strakhield. 'Fijn, als je over je tweede leven vertelt,' zei ze ineens verlegen, en voor het eerst zag hij haar blozen. Christophe kwam van de zolder aangelopen. 'Meester, graaf Ercole uit Florence heeft uw adviezen nog steeds niet ontvangen; ik ben bang dat de vertalingen tijdens de post zijn zoekgeraakt. Zal ik nieuwe maken?' 'Nee, schrijf hem dat hij beter in zijn administratie moet zoeken. De gluiperd probeert mijn gage te ontlopen,' en beide heren begaven zich onderhoudend naar boven toe. Na het bezoek van Jacqueline sprongen Anne en Michel de dag daarna vroeg uit de veren en met een picknickmand vol lekkers vertrokken ze naar de nabijgelegen velden en bossen. Na een heerlijk dagje uit keerde het echtpaar tevreden huiswaarts met een mand vol kruiden en bloemen, toen de priester haastig op het paar kwam afgelopen. 'Doctor, hebt u het slechte nieuws al gehoord?' vroeg hij opgewonden. 'Nee, maar ik heb zo mijn vermoedens, vertel op.' 'De koning is dood,' zei de priester en hij trok een verdrietig gezicht. 'Door een ongeluk met een van zijn kapiteins.' Maar ijdelheid was zijn leidraad, dacht Michel. 'U hebt een bijzondere band met het koningshuis, doctor,' vervolgde de priester, 'en daarom kom ik u condoleren.' 'Dank u wel, eerwaarde. Dit is een trieste dag voor heel Frankrijk,' en ze wandelden verder naar huis. Voor hun woning had zich een schare mensen verzameld en toen de mysticus met zijn vrouw passeerde, betuigde iedereen zijn deelneming. De volgende dag werd de dood van Henry II wettelijk aangekondigd en die middag stopte er een geëscorteerd rijtuig voor huize De Nostredame. Terwijl de gouverneur van de Provence uitstapte, stroomden de stadsgenoten toe. Christophe deed open en als een speer bracht hij zijn meester op de hoogte. Die kwam vanachter zijn bureau vandaan en verzocht de bevriende gouverneur om op de veranda plaats te nemen. 'U weet natuurlijk al van de dood van de koning,' veronderstelde Claude de Tende, die aan de buitentafel plaatsnam. De geleerde beaamde het. 'Een lans doorboorde zijn gouden helm, dwars door oog en keel, twee wonden in één tijdens een oefenduel,' lichtte de gouverneur toe. 'Maar buiten de verschrikking en het gemis staat de Franse eenheid nu op het spel.' 'Dat laatste zal zo'n vaart niet lopen,' meende zijn gastheer, terwijl er een spatje regen op zijn gezicht viel. 'Laten we hopen. U heeft de dood van de koning trouwens voorspeld in uw laatste almanak. Catherina de Medici heeft mij er persoonlijk over geïnformeerd. Jarenlang zag ik uw werk slechts als vermaak, maar het wordt nu griezelig bewaarheid. Weet u wel wat voor macht u kunt hebben?' 'Ik ben mij daar terdege van bewust en voel mij zeer verantwoordelijk.' 'Waarom hebt u Henry II dan niet gewaarschuwd?' 'De koning wilde niets van astrologie weten,' legde Michel in alle rust uit. De gouverneur zuchtte diep en was duidelijk aangeslagen door het overlijden, dat zelfs consequenties voor zijn eigen positie zou kunnen hebben. 'Marguerite van Valois, de zus van de koning, wil u voor consultatie komen opzoeken. Ze zal binnenkort contact met u opnemen,' hervatte hij. 'Ze is van harte welkom, ik zal haar dienen,' zegde de geleerde toe. Claude keek weer moedeloos voor zich uit. 'Wie moet er nu Frankrijk leiden?' vroeg hij. 'De prinsen zijn nog te jong en veel te onervaren.' 'De koningin zal het land regeren. Zij heeft zich al in de lopende staatszaken voorbereid,' antwoordde de ziener, die zelfverzekerd langs zijn baard streek. De gouverneur keek hem onderdanig aan en besefte dat zijn landgenoot van zeer groot kaliber was. De huismeid kwam met de thee aanzetten en de mannen bleven nog een tijdje napraten. Enkele dagen later kwam Christophe met de verwachte koninklijke brief aangelopen. 'Fantastisch nieuws, meester,' verklapte hij, en die keek vluchtig wat erin stond. De zus van de koning schreef dat zij na de begrafenis van haar broer direct naar hem toe zou komen voor advies, hopende dat ze niet ongelegen kwam. De een z'n dood is de ander zijn brood, schudde hij meewarig 't hoofd. 'Christophe, trek als het zover is wat moois aan,' en hij gaf zijn leerling een gouden dukaat. Die vrijdag arriveerde er een koninklijk rijtuig op de nauwe Place de la Poissonnerie en gardisten hielden de nieuwsgierige burgers op afstand. Marguerite van Valois schreed, gehuld in rouwkleding met voile, het huis van de ziener binnen, wiens kinderen keurig in het voorportaal stonden te wachten. Alleen Paul was er niet bij, die zat achter de meisjes aan. Ze knikten allen beleefd en keken met grote ogen naar haar weelderige jurk. Michel en Anne begeleidden de hoogheid naar het woonvertrek, dat voor dit bezoek grondig was opgekuist en waar ook Christophe nog even zijn wipneus liet zien. Anne condoleerde de zus van de koning en trok zich daarna terug, opdat haar man haar onder vier ogen kon spreken. Na het korte gesprek bedankte Marguerite hem voor zijn advies om zich voortaan buiten politiek te houden en een tijdje aan zee te wonen om aan te sterken. De koninklijke stoet trok verder en de rust keerde terug op het plein. Op een zomeravond wist Diane maar niet in slaap te komen en Anne vertelde het jongste kind een sprookje. Haar man kwam toevallig net van de zolder afgelopen en hoorde hoe zij haar verkapte levensles aanving. 'Er was eens een boze tovenaar, die een vloek uitsprak,' vertelde ze. 'Gaat dat over mij?' riep hij vanaf de trap. 'Wie de schoen past trekke hem aan,' antwoordde ze. 'Wat is ze scherp vandaag,' verbaasde hij zich en hij vervolgde zijn weg naar de huiskamer, waar hij een praatje maakte met de huismeid. Nadat hij de planten in de tuin water had gegeven, kroop hij eens lekker vroeg in bed. De volgende dag rondde hij deel zes van De Profetieën af en bracht het manuscript direct naar het postkantoor om ze naar zijn uitgever in Lyon te laten versturen. Gewoonlijk was dit een klusje voor Christophe, maar hij had behoefte aan wat beweging. Het was bovendien stil op straat, zodat hij amper lastig gevallen zou worden door medeburgers. Na afgifte van het pakje liep hij langs zijn standbeeld op het stadsplein en zag dat een aantal knullen zijn beeltenis met pijl en boog aan het beschieten was. Kattenkwaad uithalen heb ik nooit begrepen, dacht hij ontstemd. Foei, als dat mijn zoon Paul niet is! Zijn zoon bleek zelfs de gangmaker van het stel te zijn en hij wilde hem een standje geven, maar bedacht zich. Ach, laat ik niet op alle slakken zout leggen, het is maar een stom beeld. Leve de vergankelijkheid. Een stadswacht kwam juist de hoek omgelopen en zag de schavuiten het boegbeeld van de stad ontheiligen. 'Jullie daar, hier komen!' beval hij luid, maar de kinderen stoven weg. Toen hij Nostradamus zag staan, verontschuldigde hij zich. 'Ik krijg dat geteisem nog wel in handen, mijnheer.' 'Ik vind het niet zo erg,' vergoelijkte de ereburger, die zijn zoon liever niet in een kwaad daglicht wilde stellen, en hij wandelde verder. Onderweg werd hij door een beklemmend gevoel overvallen en hij rustte even uit. Dat voelde niet natuurlijk aan, dacht hij uit zijn doen. Er gebeurde echter niets meer en hij liep door. Maar een poosje later keerde het afschuwelijke gevoel terug en hij moest er weer van bekomen. Telkens als hij nu in beweging kwam, werd hij door een ontoombare kracht aangevallen. Ik had het kunnen weten, vreesde hij, de hellekringen gaan zich manifesteren, en hij besloot terstond naar huis toe te gaan, waar hij zich beter tegen het bovennatuurlijke kwaad kon beschermen. Op de terugweg werd hij voortdurend uit de andere wereld belaagd en de strijd vergde al zijn krachten. Herhaaldelijk moest hij in de stegen stoppen, en omstanders keken verbaasd naar hun strompelende stadsgenoot, die ondanks zijn hoge leeftijd altijd zo kwiek was. Hij bleef wankelen en hoorde meerdere malen vragen 'Kan ik u helpen?' Maar de stille kracht was zo intens en zwart dat hij geen antwoord kon geven en op een gegeven moment ging hij door de knieën. Enkele lieden schoten het medium daarop te hulp en droegen hem naar huis. Anne en Christophe namen hem gealarmeerd over en hesen hem de trap op naar bed. Daar begon Michel toevallen te krijgen en Anne zat angstig aan zijn zijde. Haar echtgenoot leek wel krankzinnig te worden. Hij verdedigde zich tegen spoken en schreeuwde steeds: 'Driemaal daags mondwater.' Even kwam hij tot bedaren en ze probeerde snel contact te maken. 'Wat gebeurt er met je, Michel?' vroeg ze in paniek. 'Iemand wil me doodmaken,' zei hij bloedeloos terug. Lijkbleek was hij, zelfs zijn rode wangen waren verdwenen, en toen er een hevige aanval volgde, raakte hij buiten bewustzijn. Zijn geest belandde op een van de terrassen van het vagevuur en viel in handen van het kwaad. In het donkere laboratorium stond een grote tafel vol met reageerbuizen, glazen schaaltjes, maatbekers en flessen, waarachter Nostradamus de laatste hand aan een duistere proef legde. Verscheidene brouwsels kookten er op een vuurtje en opstijgende dampen verhulden zijn gelaat. 'Abracadabra, straks is er goud en danst iedereen naar mijn pijpen,' schaterde hij. Geestdriftig druppelde hij een laatste alchemistische stof in het rijkelijk gevulde kolfje, maar deed er voor de zekerheid nog wat alcohol bij. Toen bracht hij de vloeistof met verkruimeld lood aan de kook, waarna hij het mengsel in vaste en vluchtige bestanddelen destilleerde. 'Nu een beetje plofpoeder,' gniffelde hij, terwijl hij in een wandrek zocht. Met een glazen cilinder in de hand keerde hij terug naar de pruttelende vloeistoffen. 'De macht zal mij deze keer niet ontglippen.' Plotseling werd de deur van het berghok met een klap opengeslagen en van schrik liet hij de glazen cilinder aan gruzelementen vallen. Hij keek recht in het vizier van een verschrikkelijk wapen. 'Dood de tovenaar!' sprak een mechanische stem uit het niets. De machtswellusteling dook instinctief opzij, waarna de tafel met glazen werktuigen door een reusachtige kogel compleet aan flarden |